Storytelling in musea
door op 22-02-2016 09:37ARTIKELMarketingcommunicatie

Storytelling: het museum als verhalenverteller

Storytelling wordt steeds belangrijker gevonden in de culturele sector. De bezoeker meenemen in een beleving is in veel organisaties een nieuw, en soms omstreden, streven. In dit artikel zet docent/onderzoeker Ruurd Mulder uiteen hoe storytelling werkt en waar de kansen liggen voor Nederlandse musea. Hij legt dit uit aan de hand van Nussbaumhaus, een museum in Osnabrück.

Nieuwe belangstelling voor Nussbaum

Het gaat misschien wat ver om te spreken van een Nussbaumwelle, maar de recente aandacht voor deze Duits-Joodse schilder uit Osnabrück was op zijn minst opmerkelijk. De belangstelling voor Nussbaum kwam goeddeels voort uit de publicatie van ‘Orgelman, een schildersleven’. In 2015 werd dit boek van Mark Schaevers bekroond met de Gouden Uil en genomineerd voor de ECI-literatuurprijs. Voor Nieuwsuur vormde het winnen van de Gouden Uil aanleiding om precies op 4 mei een item te wijden aan Schaevers’ boek en Nussbaum’s lotgevallen. Het televisieprogramma typeerde Nussbaum’s werk als een ‘geschilderd oorlogsdagboek’. Het noemde de kunstenaar een van de beroemdste schilders van de 20ste eeuw en ‘de Anne Frank van de beeldende kunst’. Het eerste was opvallend, want na WOII waren Nussbaum en zijn werk nagenoeg vergeten.

Sinds 1998 is in Osnabrück het Nussbaumhaus gevestigd, waar het een toeristische trekpleister van enige importantie is. Omdat Nussbaum’s levensverhaal, werk en de totstandkoming van de collectie verhalen zijn die verteld moeten worden, is het voor cultuurmarketeers interessant om na te gaan in hoeverre het Nussbaumhaus iets aan storytelling doet.

Storytelling in musea

Felix Nussbaum – Sunflowers. Fotocredit: Flickr

Het leven van Felix Nussbaum als bron van verhalen

In het kort komt Nussbaum’s leven erop neer dat hij in 1904 werd geboren in Osnabrück en studeerde aan de kunstacademies van Hamburg en Berlijn. Hij brak redelijk snel door en ging in 1932 studeren in Rome. Tijdens zijn verblijf in de Eeuwige stad schudde hij nog nietsvermoedend de hand van Joseph Goebbels. Tussen zijn jaren in Rome en zijn dood leefde hij als balling in Frankrijk en België. Duitsland zou hij tot vlak voor zijn dood niet meer terugzien.

Met de laatste Duitse trein werd hij vanuit de Mechelse Dossin Kazerne naar Auschwitz vervoerd waar hij stierf in 1944. De werken die hij gedurende die exilperiode maakte, werden langzaam maar zeker teruggevonden en tentoongesteld in het door Daniël Libeskind ontworpen Felix Nussbaumhaus.

Het concept van storytelling

Alvorens in te gaan op de vraag in hoeverre het Nussbaumhaus aan storytelling doet, is het van belang om na te gaan of de werking van storytelling in musea wel zo groot is als de pleitbezorgers ervan hopen en vermoeden. Anders gezegd: werkt het eigenlijk wel in de praktijk? Intuïtief is het een aansprekend concept, maar daarmee is weinig bewezen. Veel teksten en boeken over storytelling hebben een sterk ‘how to…’ karakter en argumenten voor het gebruik ervan hebben in dergelijke boeken een nogal casuïstisch karakter.

Het bewijs voor het effect van storytelling wordt door pleitbezorgers van storytelling vooral gezocht in de wijze waarop de hersenen op verhalen reageren. Wanneer mensen worden geconfronteerd met verhalen leidt dat tot meer activiteit in bepaalde delen van de hersenen. Met dergelijke bewijsvoering moet wel enigszins voorzichtig worden omgesprongen. De hersenen van een dode zalm geven onder een MRI-scan ook nog signalen af die zouden duiden op hersenactiviteit.

Maar het zijn niet alleen MRI-scans die als bewijs voor storytelling worden aangedragen. Verhalen bevorderen volgens sommige auteurs ook de aanmaak van dopamine en serotonine, stoffen die ervoor zorgen dat iemand zich prettiger voelt. Andere, meer sociaal-culturele argumenten die ten slotte worden aangedragen om de effectiviteit van storytelling te onderbouwen zijn de hedendaagse hang van mensen naar authentieke verhalen en de talrijke mogelijkheden die online en sociale media bieden om informatie met elkaar te delen, iets dat men eerder doet met verhalen die boeien dan met een platte, informatieve boodschap.

Los van deze enigszins impressionistische bewijsvoering bestaat er ook veldonderzoek aan de hand waarvan iets gezegd kan worden over de kracht van storytelling. Empirisch onderzoek naar de effecten van audiotours heeft uitgewezen dat gebruikers daarvan langer verblijven in musea en meer tijd spenderen aan exposities die worden ondersteund door een audiotour. Onderzoek van het lectoraat Cross Media Utrecht wees al langer geleden uit dat verhalen positieve invloed hebben op de houding van bezoekers ten aanzien van museumbezoek en dat de bereidheid om het bezochte museum aan te bevelen bij vrienden en familie toeneemt als gevolg van storytelling.

5 toepassingen van storytelling

Gelet op de diversiteit aan musea in Nederland en de breedte van het begrip storytelling, kunnen musea op uiteenlopende manieren verhalen een rol laten spelen bij het inrichten van exposities en het presenteren van de vaste collectie. Even kortweg en gestructureerd zijn dit de mogelijkheden daartoe:

  1. Een verhaal vertellen bij of aan de hand van een object.
  2. Personages met hun verhaal verbinden met een object of meerdere objecten.
  3. Personages verbinden met de presentatie als geheel.
  4. Objecten verbinden door middel van een verhaal om deze zo binnen een bepaalde historische of maatschappelijke context te plaatsen.
  5. Een tentoonstelling of collectie integraal als een verhaal te presenteren.

Vooral met historische collecties

Het is niet moeilijk om in de Nederlandse museumwereld voorbeelden te vinden van storytelling. Sommige instellingen zijn daarbij innovatiever dan anderen, wat niet wil zeggen dat een vernieuwende aanpak leidt tot gejubel alom. Zo werd het verbouwde Scheepvaartmuseum – een en al verhaal – volop geprezen maar was infantilisering ook een van de woorden waarmee het vernieuwde museum werd getypeerd. Daar stond tegenover dat voorstanders van storytelling het museum roemden om de open manier waarop mensen met ‘museumangst’ tegemoet werden getreden en op hun gemak werden gesteld. Het gerenoveerde Spoorwegmuseum, dat ook sterk inzet op beleving en storytelling, kreeg eveneens kritiek te verduren nadat het roer was omgegooid. Het ontbreken van informatieve teksten leidde tot klagende bezoekers die meer kennis wensten op te doen over de tentoongestelde wagons, treinstellen en locomotieven. Het aloude tekstbord werd gemist.

Veel wijst erop dat voor kindermusea storytelling eerder wordt geaccepteerd dan bij musea met een meer volwassen doelgroep. De noodzaak om een collectie verhalenderwijs te presenteren wordt sterker gevoeld bij musea met kinderen als primaire doelgroep. Een goed voorbeeld daarvan is het Verzetsmuseum Junior dat scholieren kennis laat maken met Jan, Eva, Nelly en Henk die als kind de oorlog beleven. Via deze kinderen komen de jeugdige bezoekers meer te weten over het leven in de oorlog, de Jodenvervolging, het verzet en hoe het was om op te groeien in een NSB-gezin. Het Verzetsmuseum is niet het enige oorlogsmuseum dat gebruik maakt van storytelling. Het Nationaal Militair Museum organiseert ‘De militair vertelt’. Wekelijks kunnen bezoekers van het museum luisteren naar de persoonlijke verhalen van militairen.

Storytelling in musea

De militair vertelt. Storytelling in het Nationaal Militair Museum. Fotocredits: NMM

Het Bastogne War Museum doet op een manier die lijkt op de aanpak van het Verzetsmuseum Junior eveneens aan storytelling. In het museum worden bezoekers voorgesteld aan vier personages die uitleggen hoe zij zelf de oorlogsjaren in Bastogne hebben beleefd. De verschillende verhaallijnen komen samen wanneer de personages belanden in een kelder onder een nagebouwd Bastenakens café, een levensecht decor voorzien van caféstoeltjes voor de toeschouwers. Dat juist oorlogsmusea storytelling omarmen is waarschijnlijk geen toeval. Personages en verhalen maken identificatie mogelijk en bevorderen de empathie bij de bezoeker, waardoor de aangedragen informatie meer emotionele lading krijgt en beter beklijft. Bovendien vormen liefde en strijd voor talloze verhalen de belangrijkste ingrediënten. Zonder oorlog en revolutie zou een deel van de wereldliteratuur ongeschreven zijn gebleven.

Storytelling in kunstmusea

Er zijn ook voorbeelden te vinden van storytelling in kunstmusea, maar deze zijn zeldzamer. Het Van Gogh Museum maakt zowel digitaal als bij de presentatie van de collectie gebruik van verhalen uit Van Goghs leven en het Stedelijk Museum Amsterdam liet voor de tentoonstelling On The Move fotografen een videoboodschap inspreken zodat zij op verhalende wijze hun werk konden toelichten. Overigens doen niet alleen bekende kunstmusea aan storytelling. Het Museum voor hedendaagse Aboriginal kunst in Utrecht werkt met een Storyteller App om zo de vertelcultuur van de Aboriginals voor bezoekers tot leven te brengen.

Het is een intrigerende vraag waarom kunstmusea ondanks genoemde voorbeelden op het gebied van storytelling achter lijken te blijven bij musea met andersoortige collecties. Het kan te maken hebben met aard en wezen van dergelijke musea. Bezien vanuit de indeling zoals die is ontwikkeld in het project Museumkompas vallen kunstmusea veelal in de categorie ‘Museum als Heiligdom’. Het verzamelen en presenteren van een topcollectie staat bij dit archetype centraal. Van nature lijkt het museale ‘Heiligdom’ in mindere mate open voor zoiets als storytelling. Je kunt namelijk moeilijk beweren dat de collecties van dergelijke musea zich er niet voor zouden lenen. Niemand zal betwisten dat er over kunst het nodige te vertellen valt. Voor kunstmusea leidt dit tot de volgende opties voor wat betreft storytelling.

  1. Het curriculum vitae van de kunstenaar centraal stellen, zoals het Van Gogh nu sterker doet dan voorheen.
  2. Het vertellen van het verhaal over het werk en de collectie, zeker wanneer de kunst zoals bij Nussbaum zich goed daarvoor leent.
  3. De kunst plaatsen in de context van zijn tijd, wat ook de nodige verhalen kan opleveren.

De architectuur van het Nussbaumhaus

Het Nussbaumhaus heeft geen middelpunt wat desoriënterend werkt. De bezoeker doolt rond in een museum dat de werken van Nussbaum toont, maar op sommige plekken leeg en kaal is om zo te verwijzen naar alles wat Nussbaum door zijn vroegtijdige dood nooit heeft kunnen schilderen. In het Nussbaumhaus is inderdaad niets zonder betekenis. Zo verwijzen de zonnebloemen in de tuin naar Van Gogh en loopt de Nussbaum-Gang in de richting van de nabij gelegen Villa Schlikker, in de oorlog het hoofdkwartier van de Osnabrücker NSDAP. De Nussbaum-Brücke, eveneens onderdeel van het driehoekige gebouw, wijst naar de plek waar ooit de Joodse synagoge van Osnabrück stond. De ijzeren brug heeft de breedte van een spoorrail. Voorts zijn alle vloeren in het gebouw ongelijk, wat een bezoeker het gevoel geeft op een hellend vlak te staan. Dit alles riekt naar storytelling, maar het Nussbaumhaus laat zijn bezoekers wel raden naar gelaagdheid van de architectuur. Zonder aanvullende informatie is het lastig iets van de beoogde beklemming te voelen.

Storytelling in musea

Het Nussbaumhaus in Osnäbruck. Fotocredit: BitterBredt

Storytelling in het Nussbaumhaus

Los van wat het gebouw teweegbrengt, doet het Nussbaumhaus in bescheiden mate aan storytelling. Het leven van Nussbaum wordt op tekstborden chronologisch verteld aan de hand van de cruciale periodes. De tekstborden zijn informatief maar niet bijzonder verhalend en wijden nauwelijks in detail uit over de dramatische episodes in Nussbaum’s bestaan. De audiotour gaat dieper in op specifieke gebeurtenissen, maar doet dat op een ingetogen manier. Veel van de details die Nussbaum’s leven zo tragisch maken blijven onvermeld en ook aan de totstandkoming van de collectie worden niet veel woorden gewijd. Wel is er bij de receptie een audiotour beschikbaar voor kinderen, die meer verhalend van aard is dan de reguliere audiotour. Als vertelvorm is gekozen voor een conversatie tussen een volwassene en een kind. Ook toont het museum een film van het dagelijkse leven in een zorgeloos Osnabrück anno 1927 wat voor een wrang contrast zorgt met de gebeurtenissen die later zouden volgen.

Aan excessieve mythevorming wordt door het Nussbaumhaus niet gedaan. Het gebouw, de schilderijen en de belangrijkste feiten uit Nussbaums leven moeten voor zich spreken. Dat getuigt van een respectabele terughoudendheid, maar bezien vanuit storytellingsperspectief is het enigszins een gemiste kans. Dat valt echter het museum maar deels te verwijten. Het gebrek aan storytelling in het Nussbaumhaus vloeit weliswaar tot op zekere hoogte voort uit de visie van het museum, maar nog meer is het een budgettaire kwestie. De Osnabrückers moeten het in ieder geval doen met bescheiden middelen. Zo is er niemand in dienst die zich fulltime kan bezighouden met marketing en vanuit dat perspectief het gebruik van storytelling kan bevorderen. Binnen het museum leven wel degelijk ideeën voor wat betreft storytelling. Zo bestaat het plan om een audio- of multimediatour te ontwikkelen aan de hand van de memoires van Fritz Steinfeld, een goede vriend van Nussbaum en de eerste die bij het Rode Kruis informeerde naar diens lot.

Maar uiteindelijk draait het allemaal toch om Nussbaum’s werk en wellicht maakt dit maakt meer indruk door de ingetogen wijze waarop het aan het publiek worden getoond. Een overvloed aan verhalen kan ook een averechts effect hebben en uiteindelijk verstorend werken. In sommige musea is een schilderij aan een betonnen muur misschien al genoeg om te beroeren.

Fotocredit omslag: BitterBredt

Wil jij meer leren over de toepassing van storytelling en contentmarketing? Corine van Impelen van Naturalis geeft op donderdag 9 maart een kijkje achter de schermen bij het T. rex marketingsucces. Meld je hier aan voor de presentatie.

R.G. Mulder

Geschreven door R.G. Mulder

Ruurd Mulder is als docent-onderzoeker verbonden aan het lectoraat Cross media van de Hogeschool van Amsterdam. Eerder schreef hij artikelen voor onder andere De Volkskrant, Het Parool, Boekblad en Economisch, Statistische Berichten (ESB). Hij publiceerde de boeken De kunst van cultuurmarketing, Basisprincipes van Mediamarketing en Lof der Commercie.