Co-creatie in de cultuursector: 7 praktische tips
door op 17-01-2017 08:30ARTIKELOndernemerschap

Co-creatie in de cultuursector: 7 praktische tips

Co-creatie is een trend in de culturele sector. Wie rondvraagt komt er echter al snel achter dat de definitie en de toepassing geen van beiden eenduidig zijn. Op 26 september 2016 organiseerde ACMC in samenwerking met Rotterdam Festivals een kenniscafé waar verschillende ervaringsdeskundigen spraken over co-creatie in de Nederlandse cultuursector.

De manier waarop publiek zich verhoudt tot makers is de afgelopen jaren fundamenteel veranderd. Deze ontwikkeling is zowel voor makers als marketeers heel interessant. Het publiek vindt de weg in het aanbod niet meer via een gezaghebbende recensent, via muziekbladen of via programmaboekjes, maar via festivals en social media, aldus Cor Wijn. Wijn is seniorconsultant Cultuur & Erfgoed bij BMC en hij is één van de sprekers op de bijeenkomst. Doordat de communicatielijnen steeds korter en directer worden ontstaan er meer kansen voor co-creatie, stelt hij.

De gastsprekers delen hun visie op co-creatie, inclusief valkuilen, kansen en eigen ervaringen.

Wat is co-creatie en waarom zou je het toepassen?

Co-creatie is de samenwerking tussen makers en publiek of verschillende (culturele) organisaties om iets nieuws te creëren kunst, muziek, voorstellingen et cetera. Gezamenlijk is men verantwoordelijk voor de resultaten. Dat is echter één algemene interpretatie. Zo kunnen de mate van invloed en verantwoordelijkheid per project en organisatie erg verschillen.

Wijn constateert drie motieven voor de toepassing van co-creatie:

  • Het mobiliseren van kennis

  • Het organiseren van draagvlak

  • Het aangaan van strategische allianties

Vaak gaat het om combinaties van deze motieven.

De 3 voorwaarden voor co-creatie

Co-creatie spreekt erg aan vanwege de mogelijkheden die het biedt met betrekking tot het draagvlak gesprek. Samenwerking in het kader van co-creatie werkt volgens Wijn op drie voorwaarden:

1) Gelijkwaardigheid van ieders input
2) Dialoog
3) Common ground (gelijkgestemd)

Met name dat eerste punt kan een struikelblok zijn. Wijn ziet vaak een gebrek aan gelijkwaardigheid. De instelling doet alsof er sprake is van co-creatie, maar laat in het proces vaak de eigen waarden prevaleren en deelnemers merken dat. Dan is het eindresultaat geforceerd en gekunsteld.

Hoe pas je co-creatie toe?

Hoe pas je co-creatie nu toe in de praktijk. Cultuurmarketing heeft de 7 belangrijkste learnings van het kenniscafé op een rijtje gezet.

1) Maak duidelijke afspraken.

Formuleer van tevoren een concrete doelstelling, maak een heldere taakverdeling en zorg ervoor dat het duidelijk is wie waarvoor verantwoordelijk is. Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat alle neuzen vanaf het begin van het project dezelfde kant op staan. “Zorg ervoor dat de mensen aan tafel gelijkgezind zijn en dezelfde belangen nastreven. Wanneer verschillende partijen andere belangen hebben wordt het vaak moeilijk,” aldus Cor Wijn. Een taakverdeling maakt het project niet alleen overzichtelijker, een duidelijke verdeling van de verantwoordelijkheden zorgt ook voor meer betrokkenheid. Daarnaast is het zo gemakkelijker om het proces te monitoren en bij te sturen waar nodig.

2) Veranker co-creatie in de organisatie. Het is een lange termijninvestering.

Co-creatie biedt veel mogelijkheden met betrekking tot het aanspreken van verschillende doelgroepen en nieuwe partners. Pas wanneer co-creatie wordt verankerd in de organisatie is er de mogelijkheid om een substantiële groei door te maken, met een langere houdbaarheidsdatum dan een project.

Zo bestaat sinds 2010 het succesvolle programma Podium van de Stad, een initiatief van de Deventer Schouwburg. Hiervoor worden verschillende bevolkingsgroepen bij elkaar gezocht en stelt het theater de vraag: wat willen jullie graag zien? Samen creëren ze een nieuw programma en de doelgroepen zorgen ervoor dat het theater vol zit. De schouwburg heeft zich met dit langdurige co-creatie project goed neer weten te zetten als een organisatie die midden in de samenleving staat.

3) Ben gedurende het gehele proces betrokken als marketeer.

Volgens Cor Wijn is het belangrijk dat marketeers al vroeg in het proces betrokken worden, niet enkel bij het stimuleren van de verkoop wanneer de voorstelling of tentoonstelling af is. Daar ligt volgens hem de toekomst. Sanne Lansdaal (Cultuurscouts Rotterdam) sluit zich hierbij aan: “het is de taak van de marketeer om betrokken te zijn en te zorgen dat je de juiste sleutelfiguren hebt”. Maak gebruik van de bestaande netwerken en sleutelfiguren binnen verschillende doelgroepen om contact te leggen en animo te kweken. Volgens Stefaan Vandelacluze (Mooss) zou de invloed van marketeers vanzelfsprekend moeten zijn. “Als je als marketeer niet in de directie zit, dan kun je jezelf wijsmaken dat je marketeer bent, maar dat ben je niet.”

4) Sta open voor de input van anderen.

Vandelacluze werkt voor Mooss, een stichting voor kunst- en erfgoededucatie in Vlaanderen. Zij organiseerden in 2014 en 2015 het project Publiek Aan Zet (PAZ). Met verschillende doelgroepen werkten zij samen om meerwaarde te creëren in het aanbod van kunst en cultuur. Voor PAZ ging Mooss heel ver met de participatie. “Wij proberen aan overcorrectie te doen,” vertelt Vandelacluze. “We laten alles los om uiteindelijk een goed gemiddelde te bereiken en co-creatie normaler te maken voor organisaties.”

Hij ziet vaak dat co-creatie nog een grote stap is voor directeurs van culturele instellingen. Ze vinden het moeilijk om los te laten. Bestuurders voelen zich ook vaak in hun expertise aangevallen. Hun deskundigheid wordt echter niet afgebroken, maar juist aangevuld door het publiek. Mooss wil zorgen voor een shift in de werking van culturele instellingen en de dialoog tussen de instellingen en het publiek verbeteren. Achteraf reflecteert men op wat men samen heeft bereikt. Zo gaven een aantal directeuren aan dat co-creatie veel interessantere resultaten oplevert dan wanneer ze geen dialoog aangaan.

Vandelacluze is wel van mening dat de invloed van het publiek niet verder moet reiken dan de ontwikkeling van het product (de tentoonstelling, voorstelling et cetera). Volgens hem gaat de kwaliteit verloren wanneer men te veel bij het maakproces betrokken wordt. Zo zegt hij: “Ik gruwel van het idee dat de mensen zelf kunst maken, dat is leuk voor de vriendjes en de buren. Daar willen we niet aan meedoen.”

5) Geef mensen invloed om de betrokkenheid bij het project te vergroten.

Cultuurscouts organiseerde het experiment De Burger Bepaalt. Dit experiment had als doel de betrokkenheid van burgers bij cultuur te vergroten. De burgers mochten daarom €50.000,- verdelen over 50 kunstinitiatieven in Rotterdam Noord door hun stem uit te brengen. Vanuit heel Rotterdam Noord werd gestemd. Uiteindelijk deden ruim 1.300 mensen mee en dat terwijl maar liefst 25% daarvan aangaf zelden mee te doen aan culturele dingen. Ook gaven 900 mensen aan dat ze graag met de gemeente in gesprek wilden gaan over kunst en cultuur. “Betrokkenheid bij kunst en cultuur kan groter worden wanneer men een stem krijgt,” concludeert Sanne Lansdaal.

6) Zet in op herkenbaarheid om verschillende doelgroepen aan te spreken.

Co-creatie in de cultuursector: 7 praktische tipsBij het Rotterdams Wijktheater zit co-creatie in het DNA. Het theater bestaat al 24 jaar en is gericht op publiek dat geen ervaring heeft met het theater. Het Rotterdams Wijktheater nodigt buurtbewoners uit om samen een voorstelling te maken op basis van hun persoonlijke verhalen en om daarin mee te spelen. Op deze manier is er veel herkenning voor het publiek. De verhalen gaan vaak over actuele onderwerpen binnen de samenleving en stimuleren zo de dialoog. “Al onze producties zijn co-creaties. Zonder bewoners geen voorstelling,” aldus Heleen Hameete. “Hun spel zorgt voor authenticiteit. Wij zijn de experts van het theater maken, maar wij passen dit aan de spelers aan. Hierdoor voelen zij zich mede-eigenaar van de voorstelling.”

7) Voer co-creatie door in de core-projecten.

Co-creatie biedt veel mogelijkheden voor diversiteit, omdat verschillende mensen betrokken worden bij de creatie van het eindproduct. Denk echter niet te veel in doelgroepen. “Doelgroepen horen thuis in het integratiediscours van de 20ste eeuw.” Zegt Delacluze. “Kinderen en volwassenen, mensen met een mentale of fysieke handicap, mensen van Turkse of Belgische afkomst, diversiteit moet opgenomen worden. Wanneer je echter in doelgroepen denkt, dan moet je geld blijven pompen in losse projecten en ben je nooit klaar.” Het is belangrijker om diversiteit door te voeren in de core-projecten.

Vandelacluze is er van overtuigd dat culturele instellingen tot een beter resultaat komen wanneer zij hun projecten afstemmen op een totaal publiek uit verschillende doelgroepen in plaats van op een enkele doelgroep. “Handicaps vormen een grotere uitdaging dan multiculturaliteit. Ieder zijn eigen voorkeur, maar wanneer je een apart programma maakt voor een bepaalde groep, dan komt het wel over alsof zij te dom zijn voor het standaardprogramma.”

Fotocredit: uitgelichte afbeelding, Rotterdams Wijktheater