Publiek Souk 2014
door op 16-07-2008 18:50ARTIKELOnline marketing

De virtuele cultuurbezoeker, publieke belangstelling voor cultuurwebsites

Vorige week werd de publicatie “De virtuele cultuurbezoeker. Publieke belangstelling voor cultuurwebsites” aangeboden aan minister Plasterk. Dit onderzoek is uitgevoerd door de Faculteit der Historische en Kunstwetenschappen (fhkw) van de Erasmus Universiteit Rotterdam (eur) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (scp) in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (ocw). Het 158 pagina’s tellende rapport geeft volgens het persbericht een beeld van de belangstelling voor cultureel erfgoed, kunsten, media en bibliotheken via internet.

Ondanks de flinke omvang van het rapport valt het zeker aan te raden om de tijd te nemen om dit rapport te lezen. Er wordt goed ingegaan op de motieven van mensen om cultuur websites te bezoeken. Ook wordt per sector duidelijk welke kansen er liggen voor culturele instellingen om internet effectiever in te zetten in de communicatiestrategie.

Enkele resultaten van het onderzoek zijn:

  • Internet wordt in de erfgoed- en kunstensector vooral gebruikt als informatiemedium. De virtuele     gebruiker is in de eerste plaats op zoek naar praktische informatie (bv. openingstijden en bereikbaarheid). Die zoektocht start veelal met een zoekopdracht in Google of een andere zoekmachine.
  • Communicatie en de vorming van communities komt regelmatig voor bij populaire cultuur, en veel minder bij cultureel erfgoed en traditionele kunsten.
  • Hoewel e-commerce onder particulieren inmiddels goed op gang is gekomen volgt het online bestellen en betalen van kaartjes en culturele producten maar moeizaam.
  • Hoogopgeleiden tonen zowel online als offline meer belangstelling voor erfgoed, theater en concerten dan laagopgeleiden.
  • Voor zover informatie beschikbaar is over de wensen van het publiek blijkt dat zij graag heel praktische dingen willen. Leden van avro-klassiek willen graag een digitaal programmaboekje en theaterliefhebbers willen graag bij het online reserveren kunnen vastleggen op welke stoel zij komen te zitten.
  • Vooralsnog is er weinig aanleiding om te verwachten dat musea en podia hun publiek terug zullen zien lopen door de digitalisering van objecten, voorstellingen en concerten.
  • Aannemelijk is dat de verspreiding van (breedband)internet onder de Nederlandse bevolking door zal gaan en dat niet-bezit grotendeels zal verdwijnen. Groeiend digitaal cultuuraanbod, grotere vertrouwdheid met het medium en toenemende digitale vaardigheden van Nederlanders zullen de virtuele cultuurparticipatie  stimuleren.
  • Aannemelijk is ook dat de balans tussen de soorten gebruik gaat veranderen. Wordt internet nu nog vooral gebruikt als informatiemedium, in de toekomst zal het gebruik meer in het teken komen te staan van ontspanning en persoonlijke ontwikkeling en van communicatie en de vorming van communities. Ook een verdere toename van het economische gebruik ligt in het verschiet. Naast het bestellen en betalen van toegangskaartjes zullen ook andere culturele producten vaker worden
    aangeschaft. Ten slotte draagt de opkomst van allerlei Web 2.0-toepassingen eraan bij dat de gebruiker zich niet alleen als consument van digitaal aanbod zal manifesteren maar ook als producent. Hierdoor zal het bestaande gebruik zich inhoudelijk verdiepen en zullen meer en ook nieuwe mensen van het virtuele cultuuraanbod gebruik gaan maken.

Persoonlijk ben ik erg blij met dit onderzoek. Het geeft aan dat er voor culturele instellingen nog heel erg veel te behalen is op dit gebied. De basis hiervan is de eigen website. Zoals het onderzoek aangeeft is een groot deel van de sites van culturele instellingen met name gericht op het geven van praktische informatie. Ik vind dit een gemiste kans, maar ik merk ook dat ik bij dit soort websites vaak niet de essentiële praktische informatie kan vinden waarnaar ik op zoek ben. Het klinkt als een open deur, maar bijvoorbeeld bij het plannen van een bezoek aan een theatervoorstelling, ben ik ten eerste op zoek naar de inhoud van het stuk (in tekst, maar liever nog in audio of video), de toegangsprijs en de speellijst en ten tweede wil ik het liefst direct een kaartje kunnen kopen. Bij het plannen van een museum bezoek, ben ik op zoek naar de openingstijden, een routebeschrijving en de toegangsprijs. Wat mij betreft is de basis van een goede website van een culturele instelling dus het overzichtelijk weergeven van deze informatie, zodat bezoekers dit in ieder geval binnen no time kunnen vinden. Als een site hier namelijk niet op ingericht is, gaan bezoekers ongetwijfeld afhaken.

Naast het voorzien in deze praktische informatie, is er op de eigen website nog veel meer mogelijk. De voorbeelden uit het onderzoek: het downloaden van een digitaal programmaboekje en het reserveren van een bepaalde stoel vind ik dan ook mooie functionaliteiten die voor de bezoeker een enorme meerwaarde kunnen zijn.

Zoals het onderzoek ook aangeeft, verandert de rol van bezoekers van consumenten in producenten. Niet alleen jongeren creëren en participeren actief online, maar ook ouderen zijn hier steeds meer mee bezig. Ook voor culturele instellingen is het dus zeer waardevol om aan de slag te gaan met sociale media. Hierbij is het erg belangrijk om te kijken naar het doel en de bijbehorende doelgroep. Waar heeft deze doelgroep behoefte aan en hoe kan ik hen daarin voorzien? Eerder schreef ik al over Toneelgroep Amsterdam die met video een hele goede stap hebben gemaakt, maar er zijn nog meer goede voorbeelden. De komende tijd ga ik zeker proberen om deze hier aan te halen. Voor nu zou ik zeggen, download het onderzoek, print het uit en ga het lezen. Goed vakantie leesvoer!

Hilde Smetsers

Geschreven door Hilde Smetsers

Hilde Smetsers is mede-oprichter en directeur van Cultuurmarketing. Het is Hilde’s missie om de kunst- en cultuursector te versterken.