Deirdre Carasso van het Stedelijk Museum Schiedam: “Onze programmering is deels experimenteel: ik wil het publiek graag meenemen op die reis.”
door op 27-09-2016 08:42ARTIKELHuman

Directeur Deirdre Carasso van het Stedelijk Museum Schiedam: “Educatoren zijn juist geschikt voor fondsenwerving.”

Deirdre CarassoSinds 8 mei is Deirdre Carasso directeur bij het Stedelijk Museum Schiedam. Het museum heeft zowel tentoonstellingen over Nederlandse kunst na 1945 als over de geschiedenis van Schiedam en richt zich op (lokale) samenwerking en binding met Schiedam en haar inwoners. Carasso zit hier helemaal op haar plek: “Ik hou van plekken waar de missie van een instelling oprecht is en in elk facet van de organisatie doorklinkt” Voor deze editie van Movers & Shakers spraken wij met Carasso over haar verwachtingen bij haar nieuwe functie en haar visie op de cultuursector.

Als pas afgestudeerde kunsthistorica begon Carasso haar carrière bijna 20 jaar geleden bij het Nationaal Archief. Hier werkte ze een aantal jaren in verschillende functies, alvorens in 2006 de overstap te maken naar Museum Boijmans van Beuningen. Eerst als Hoofd Educatie en publieksbegeleiding en vervolgens als Hoofd Relatiebeheer en Filantropie – twee zeer uiteen liggende functies, die Carasso klaarstoomden voor haar meest recente carrièreswitch.

U bent onlangs van baan gewisseld.  Wat was uw grootste motivatie om bij het Stedelijk Museum Schiedam te gaan werken?

Het was een stille droom van mij om directeur te worden van ‘een huis in een stad’. Dat wil zeggen: een museum dat heel dicht bij de mensen kan staan, dat een verschil kan maken in de sociale samenhang en in de verbeeldingskracht van een stad en van de bezoekers die uit heel Nederland komen. Het Stedelijk Museum Schiedam is een museum van de menselijke maat, met een prachtige collectie.

Toen ik een overstap maakte van educatie en publiek naar fondsenwerving, begrepen sommige mensen dat niet. In de Verenigde Staten, waar de fondsenwerving sterk ontwikkeld is, weten ze al dat juist educatoren heel geschikt zijn voor fondsenwerving. Want fondsenwerving gaat over mensen en elkaar vinden in de inhoud. Het is een modewoord, maar je zou kunnen zeggen dat in alles wat ik doe en heb gedaan ‘verbinden’ de rode draad is.

Wat zijn belangrijke punten die u op de agenda heeft staan voor het Stedelijk Museum Schiedam?

We programmeren per jaar circa 10 grote en kleinere tentoonstellingen. Wat ik mooi vind aan het Stedelijk Museum Schiedam is dat het er niet alleen voor de stad is. Het museum heeft ook een nationaal publiek: kunstliefhebbers vanuit het hele land reizen voor onze tentoonstellingen af naar Schiedam.

Volgend jaar maken we in samenwerking met het Louisiana Museum of Art een tentoonstelling over Op Art, optische kunst. Maar ook landelijk gaan wij samenwerkingen aan: met het Museum Arnhem gaan we bijvoorbeeld een expositie over Pierre Janssen maken. Janssen had van de jaren ’50 tot de jaren ’70 een televisieprogramma over kunst op de televisie en heeft zo generaties Nederlanders geënthousiasmeerd voor kunst. Tot slot gaan we onze Cobra collectie een mooie plek geven.

In een artikel in de Volkskrant (4 juni 2016) vertelde u dat uw bureau deze zomer elke vrijdag in het museum staat om bezoekers van het museum en inwoners van Schiedam meer te kunnen betrekken bij de organisatie. Wat heeft dat tot nu toe opgebracht?

Heel veel gesprekken met bezoekers. “Wilt u een dropje?”, heb ik vaak gevraagd. Niemand heeft daarop nee gezegd. Dit was een goede gespreksopener, om vervolgens te horen waar ze vandaan kwamen, wat ze van het museum vonden en of ze nog een keer terug wilden komen.

Ondertussen vergaderde ik ook gewoon in het museum. Vanaf volgend jaar gaan we permanent een kantoor op zaal inrichten. Onze programmering is deels experimenteel: ik wil het publiek graag meenemen op die reis.

Wat is uw visie als directeur op het marketingbeleid voor de komende jaren?

Schiedam is spannend, rauw en onontgonnen.

Voor musea is ook stadsmarketing van belang en ik merk dat Schiedam niet altijd een goede naam heeft. Dit vind ik onterecht: Schiedam is spannend, rauw en onontgonnen. Het heeft een prachtige historische binnenstad, naar mijn mening veel mooier dan die van Rotterdam, en er strijken ook steeds meer creatievelingen neer.

Ons budget is beperkt, dus onze strategie is om ons sterk te onderscheiden van andere musea. Ik zou graag zien dat je straks over de drempel stapt en aan alles kunt voelen dat het Stedelijk Museum Schiedam een museum is dat anders is, dat klopt, waar je kennis maakt met iets dat je eerder nog niet kende.

Deze zomer hebben we een combiticket geïntroduceerd voor het Stedelijk Museum, het Nationaal Jenevermuseum en Museummolen de Nieuwe Palmboom. Het is nu nog te vroeg om iets te zeggen over het effect, maar dit ticket staat al wel symbool voor het feit dat het museum haar bezoekers de stad in wil gidsen en al het moois en verborgene in Schiedam wil laten ontdekken.

In het eerdergenoemde artikel van de Volkskrant sprak u ook over samenwerking met de nabije omgeving. Hoe geeft het museum hier vorm aan?

Dat wisselt per project; we werken inhoudelijk samen met andere kunstmusea, maar ook met andersoortige partners die specifieke expertise hebben. Dat kan in de cultuursector zijn, bijvoorbeeld met een theater of een bibliotheek, maar ook met maatschappelijke organisaties zoals verenigingen.

Wat fascineert u momenteel het meeste in de cultuursector op het gebied van marketing en ondernemerschap?

De stadsmarketing van Amsterdam fascineert me: zowel het succes ervan als de grenzen die het raakt. Het feit dat het Muiderslot nu Amsterdam Castle Muiderslot heet en deel van de Nederlandse kunst Amsterdam Beach, dat vind ik bijzonder. Deze hele ontwikkeling vertelt zó veel over de tijd waarin we leven.

Waar haalt u uw inspiratie vandaan? Zijn er instellingen of ondernemingen die u als voorbeeld heeft?

Ik hou van plekken waar de missie van een instelling oprecht is en in elk facet van de organisatie doorklinkt. Een voorbeeld daarvan is wat mij betreft Verhalenhuis Belvedere in Katendrecht. Dit is een vrijwilligersorganisatie waar ze de mensen uit de stad zichtbaar maken met verhalen, kunst en cultuur. Een ander voorbeeld is de Verbeke Foundation: een museum vlakbij Antwerpen van ondernemer Geert Verbeke. Dit voelt als een avontuur met hedendaagse kunst: je kunt er ‘s nachts blijven slapen in een kunstwerk van Joep van Lieshout op een eilandje. Je hebt dan het hele museum voor jezelf.

Museum Belvedere in Friesland, Oranjewoud vind ik ook mooi. Ook daar klopt het namelijk: een prachtig ijl gebouw in Friese landschap, met vaak Friese kunstenaars en een heerlijk café met uitzicht over de weilanden. Tot slot kan ik Museum Boijmans Van Beuningen natuurlijk niet vergeten: van directeur Sjarel Ex heb ik immers dit vak geleerd.

 

Fotocredits: G. Lanting / Deirdre Carasso