Nederlandse musea: groeiende bezoekersaantallen ondanks teruglopende subsidies
door op 10-12-2015 17:32ARTIKELOndernemerschap

Groeiende bezoekersaantallen Nederlandse musea

Ondanks de subsidiekortingen weten Nederlandse musea steeds meer bezoekers te trekken. In 2014 brachten zo’n 25,9 miljoen mensen een bezoek aan een museum in Nederland, een stijging van 2,7 miljoen bezoekers ten opzichte van 2013. Desalniettemin hebben een groot aantal kleinere musea nog altijd moeite de subsidiekortingen op te vangen.

Musea kunnen zich voorbereiden op een aanhoudende groei van bezoekersaantallen. Het aantal museumbezoekers is sinds 2011 met bijna 31% gestegen, een groei van 9,3% per jaar. Dat blijkt uit het rapport Museumcijfers 2014. In dit jaarlijkse onderzoek in opdracht van de Museumvereniging zijn cijfers van 415 Nederlandse musea verzameld en vergeleken.

Groeiende inkomsten door toenemend bezoekersaantal

Niet alleen de bezoekersaantallen zijn sectorbreed gestegen, ook de inkomsten namen toe. De musea realiseerden een groei van 29%, ondanks de economische crisis en teruglopende subsidies. Het percentage van de opbrengst dat musea zelf uit de markt weten te halen groeide van 38% in 2011 naar 45% in 2014. In totaal groeiden de inkomsten met bijna 29%, terwijl de subsidies daalden met 5% en de inflatie met 6% steeg. Deze inkomsten komen vooral uit entreegelden, maar ook de museumwinkel, horeca en sponsoring brengen steeds meer geld in het laatje.

Kleine musea moeite met subsidiekorting

Er is vooral sprake van een stijging in bezoekersaantallen en inkomsten bij een kleine groep grote musea, samen goed voor een omzet van meer dan 3,2 miljoen euro. Hoewel de kleinere musea met een totale omzet van minder dan €400.000 meer inkomsten weten te generen en de kosten weten te verlagen, hebben zij moeite het gat te dichten dat de subsidiekorting veroorzaakte.

Een ander opvallend verschil tussen de kleine groep grote en grote groep kleine musea is het percentage betaald personeel. In grote musea wordt gemiddeld 81% van het personeel betaald, terwijl dit percentage bij de kleine musea slechts 18% is.