door op 01-11-2017 09:09ARTIKELInnovatie

Huidige subsidiesystematiek is niet vriendelijk voor vernieuwing: in gesprek met HipHopHuis

Een onmisbare schakel in cultureel Rotterdam: zo ziet het HipHopHuis zichzelf. Het werd opgericht in 2002 als thuishaven voor hiphopliefhebbers uit de havenstad en omstreken en stelt zich ten doel om op het gebied van educatie een breed hiphopaanbod te realiseren, in eigen huis en in het onderwijs. Het programma vol masterclasses, workshops, coaching- en inspiratiesessies, talkshows, exposities en jamsessies (soms samen met clubs, musea en festivals) is in de afgelopen vier jaar ruim verdubbeld. De formule is die van een bottom-up georganiseerde community van jonge multiculturele Rotterdammers die de straatcultuur omarmen en zich bewegen tussen de underground en commerciële danswereld, de muziekindustrie en culturele instellingen. Jaarlijks bereikt HipHopHuis 24.000 mensen en het streven is dit aantal te verdubbelen. Echter dreigt een vermindering in subsidie hierbij in de weg te staan.

 Ze noemen ons programma sympathiek en hartstikke leuk, maar weten eigenlijk geen raad met hiphop en straatcultuur.

Door het wegvallen van urban podium De Nieuwe Oogst in 2014 kwam talentontwikkeling voor jongeren in het nauw, vertelt directeur Aruna Vermeulen. “De sluiting sloeg een gat in de infrastructuur voor jongeren. Ze dreigden tussen wal en schip te raken. Dat konden we niet laten gebeuren. We waren al partners van De Nieuwe Oogst bij het programmeren, en na het opheffen van het podium konden we een deel van de talentontwikkeling oppakken. Daarmee is de druk op onze organisatie en budgetten wel erg groot geworden.”

Minder subsidie

HipHopHuis draait deels op structurele subsidie van de gemeente Rotterdam, aangevuld met incidentele subsidies voor talentontwikkeling. “We vinden het zuur dat ondanks een daverend advies van de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC) voor het komende Cultuurplan, de cultuurwethouder (Pex Langenberg, D66, red.) de voet op de rem zet.” De RRKC bevestigde in haar advies dat de organisatie zich nog zakelijk moet ontwikkelen, zoals HipHopHuis zelf in het beleidsplan aangaf. “Maar de wethouder volgt enkel dit deel van het advies op, en verleent niet de subsidie die we, ook volgens de RRKC, nodig hebben om te kunnen groeien. Het inhoudelijke deel van het advies, waar hij zelf om vroeg, legt hij dus naast zich neer.” HipHopHuis ontvangt als het aan de wethouder ligt ongeveer een 25% minder subsidie dan ze heeft aan gevraagd.

Vermeulen laat zich niet afschepen met de reactie van de wethouder. “Of je nu geen geld krijgt of gedeeltelijk of volledig wordt ondersteund, de nadruk in zijn motivatie ligt telkens op het zakelijke aspect, niet op de inhoud. Daarnaast zegt hij letterlijk tegen kleine organisaties uit de structurele infrastructuur dat ze beter af zijn zonder de financiële rompslomp waarmee ze te maken krijgen als ze in het Cultuurplan komen. Hij moet wat doen aan de bureaucratie, niet aan het weren van vernieuwing en diversiteit.”

Wat zij mist bij subsidieverstrekkers en beleidsmakers zijn passie en betrokkenheid. “Ze noemen ons programma sympathiek en hartstikke leuk, maar weten zich eigenlijk geen raad met hiphop en straatcultuur. Hiphop is omgeven met vooroordelen en waardeoordelen. De huidige systematiek past ons niet. Dat zal niet snel veranderen, tenzij jonge mensen een rol krijgen in het scheppen van de voorwaarden en in de subsidietoekenning zelf. Teleurgesteld: “Ik merk dat onze liefde voor de cultuursector vaak eenrichtingsverkeer is, en dat doet nog meer pijn dan de constatering dat we in Rotterdam met een wethouder-met-weinig-inhoud te maken hebben.”

Uitwisselen van ervaringen heeft meerwaarde voor kunst & cultuur

Kleine instelingen vormen de culturele humuslaag en geven subculturen een stem.

Al ruim twintig jaar zet ze zich in om een brug te slaan tussen hiphop en andere sectoren, zoals beeldende kunst. “Ik laat geen kans tot samenwerken onbenut, omdat ons publiek ook daarmee kennis moet maken. En andersom, want in de uitwisseling van ervaringen zit de grote meerwaarde van kunst en cultuur.” Eeuwig zonde vindt ze dat juist de kleine partijen in de stad hard worden aangepakt. “Niet alleen door de wethouder, ook de grote instellingen tonen geen loyaliteit zodra het op geld aankomt. Terwijl iedereen het erover eens is dat kleine culturele instellingen mede de aantrekkingskracht van de stad bepalen. Zij vormen de culturele humuslaag en geven subculturen een stem. Niet voor niets noemen ze Rotterdam Klein Berlijn. Maar als het op geld aankomt, vinden ze het prima dat je blijft modderen. Terwijl het voor kleinere organisaties belangrijk is om door te ontwikkelen, om meer stemmen te creëren in het culturele veld.”

“De blauwdruk van het cultuurbeleid van Rotterdam is notabene in samenspraak met het lokale veld ontworpen. Eén van de uitgangspunten luidt: denk buiten de kaders, maar daar is in de praktijk geen sprake van. Het geld gaat naar de gevestigde orde, wit en traditioneel. Uiteindelijk draait het om de vraag: Hoeveel macht ben je bereid te delen?” In een ver verleden klopte HipHopHuis ook bij het Rijk voor subsidie aan, maar de instelling werd te lokaal bevonden. “We zijn inderdaad lokaal gepositioneerd, hoewel een deel van onze programma’s een landelijk bereik heeft.” De ambitie van de Raad voor Cultuur om steden en stedelijke regio’s een grotere rol te geven noemt Vermeulen daarom interessant. Maar ze is het vertrouwen een beetje kwijt. “Weet je, je kunt zoveel beleid maken als je wilt, als het niet wordt opgevolgd, heeft het geen zin.”

Laatst was Vermeulen in New York. Daar zag ze hoe het werkt als geldschieters werkelijk omarmen wat je meerwaarde is. “In de Verenigde Staten investeren succesvolle ondernemers in hun eigen gemeenschap. In Nederland zijn particulieren niet gewend om te investeren in cultuur, maar ik vind het een interessante gedachte.”

Dit artikel verscheen eerder in Boekman 109: naar een nieuw cultuurbestel. De auteur van dit artikel is Jack van der Leden, hij is informatiespecialist en redacteur bij de Boekmanstichting.

Word Cultuurmarketing lid en krijg een proefabonnement op Boekman cadeau!

Wanneer je voor 30 november Cultuurmarketing lid wordt, profiteer je niet alleen van een korting van 50% op het eerste jaar, maar krijg je ook een proefabonnement op Boekman t.w.v. €25,- cadeau. Boekman is het tijdschrift dat informeert over trends en structurele verschuivingen in de culturele sector en de cultuurpolitiek. Zo profiteer je van alle kennis en inspiratie waar Cultuurmarketing voor staat en de prikkelende essays, analyses, interviews, columns en recensies van Boekman.

Boekman

Geschreven door Boekman

Boekman is het tijdschrift dat informeert over trends en structurele verschuivingen in de culturele sector en de cultuurpolitiek. Elk themanummer bevat prikkelende essays, analyses, interviews, columns en recensies.