De tuin van Museum Van Loon
door op 09-07-2018 09:00ARTIKELHuman

Gijs Schunselaar van Museum Van Loon: “Bij maatschappelijke thema’s zie ik geen uitdagingen, ik zie kansen.”

Gijs SchunselaarGijs Schunselaar is een vrolijk persoon met naar eigen zeggen ‘het voorrecht om al veertien jaar over de Amsterdamse grachten naar zijn werk te fietsen’. Schunselaar heeft een achtergrond in business en cultuur. Hij zit in de raad van bestuur van verschillende (culturele) organisaties waaronder het AMVJ Fonds voor Cultuurparticipatie van Amsterdamse Jongeren en Stichting ACMC. Hij was acht jaar adjunct-directeur van stichting CPNB, Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek. Sinds februari 2018 is hij directeur van Museum Van Loon. Voor deze nieuwe editie van Movers & Shakers spraken wij met Schunselaar over deze nieuwe uitdaging.

Museum Van Loon is een museum in het woonhuis van de Amsterdamse regentenfamilie Van Loon. Het huis is gebouwd in 1672 aan de Keizersgracht in Amsterdam. De collectie is door de familie verzameld en bevat objecten variërend van 17e-eeuwse schilderkunst tot 20e-eeuws keukengerei. Achter het huis bevindt zich ook een tuin in de stijl van de 17e eeuw, en een koetshuis dat het museum gebruikt als tentoonstellingsruimte en museumcafé.

Voorheen werkte je in de literatuurwereld, waarom de overstap naar een kunstmuseum?

Begin 2017 ben ik gestopt bij CPNB, na bijna elf jaar was ik daar klaar. Maar als je stopt bij zo’n mooie en leuke baan is het moeilijk om te zien wat er daarna moet komen. Ik stopte dus, maar had nog geen concreet plan. Ook rondde ik in 2017 mijn studie kunstgeschiedenis af.

Ik had mij voorgenomen om 2017 te gebruiken om te resetten. In september dat jaar ben ik als zelfstandige aan de slag gegaan met advieswerk. Van mezelf mocht ik alleen afwijken van dat plan als er iets fantastisch voorbij zou komen. Toen kwam de functie als directeur van Museum Van Loon vrij. Zij zochten iemand die zowel thuis is in bedrijfsvoering, kunstgeschiedenis en marketingcommunicatie. De kans om dit museum verder uit te mogen bouwen was voor mij een goede reden om van mijn freelanceplannen af te wijken.

Hoe ga je het uitbouwen van Museum Van Loon aanpakken?

Het museum is in de afgelopen 15 á 20 jaar een begrip geworden in Amsterdam en daarbuiten. Het bezoekersaantal is in die periode toegenomen van 20.000 naar bijna 100.000 bezoekers per jaar. Het museum was en is goed. Over vijf jaar bestaat het museum 50 jaar. Dus is het nu een natuurlijk moment om naar de toekomst van het museum te kijken.

Ik zie mijzelf als een sparringpartner.

Om te zeggen dat ik alleen accentwisselingen aan ga brengen in Museum Van Loon is te voorzichtig uitgedrukt, maar spreken van een radicale koerswijziging is ook weer te rigoureus. De backbone, ook inhoudelijk, stáát. Maar een nieuwe directeur neemt natuurlijk ook zijn eigen persoonlijkheid mee, en dat kan verfrissend werken. Ik kijk naar wat we doen, hoe we dat doen en wat daarin verbeterd kan worden. Het museum opnieuw uitvinden zonder het kind met het badwater weg te gooien. Bij de CPNB heb ik ervaring opgedaan met de wissel van een directeur na een lange tijd, dat is een intensief proces voor het zittende team. Ook dat is een reden om eerst te kijken, en dan pas te doen. Tot nu toe heb ik alleen aan kleine knoppen gedraaid, maar natuurlijk borrelt er veel.

De verschillende domeinen binnen de dagelijkse praktijk van het museum, zoals marketing en conservering, zijn ondergebracht bij deskundige medewerkers. Ik zie mijzelf als een sparringpartner voor deze medewerkers. Het ene moment ben ik in bespreking over de plannen voor tentoonstellingen in 2020 en het andere moment overleg ik met onze marketeer over hoe we de huidige campagnes kunnen aanscherpen.

De plek van mijn kantoor in het museum maakt ook dat ik heel dicht bij het publiek sta. Mijn kantoor is een kamer in het huis, aan de andere kant van de deur is het museum. Als ik naar buiten stap, sta ik tussen de bezoekers. Als iemand je dan een vraag stelt, dan beantwoord je die en ga je in gesprek. Ik sta elke dag letterlijk oog in oog met het publiek. Het houdt de lijnen kort en je weet wie het publiek is.

Welk project heb je als allereerste opgepakt?

Mijn collega’s gaan heel hard lachen om wat ik nu ga zeggen, maar het eerste wat ik heb opgepakt is de boekenverkoop. Museum Van Loon heeft vanwege de beperkte ruimte geen grote museumwinkel, maar wel een tafel met boeken bij de voordeur, toch een soort exit through the gift shop. Toen ik hier begon, lagen er alleen inkijkexemplaren op tafel en de echte boeken netjes opgeborgen in een andere kamer. Maar dat is niet hoe je boeken verkoopt. Boeken verkopen van hoge stapels. Inmiddels is de boekenverkoop met 400% gestegen.

Welke uitdagingen zie je voor Museum Van Loon?

Ik zie verschillende uitdagingen. Eén daarvan is de associatie die mensen met ons museum hebben. De meeste mensen die ik spreek, denken bij Museum Van Loon direct aan het prachtige pand, maar daarna denken zij vaak ook aan een besloten diner dat zij hier hebben meegemaakt. In die spontane merkassociaties liggen nog verbeterpunten.

Is het mogelijk om het museum verder te ontwikkelen zonder subsidie?

De bezoekersaantallen vormen ook een uitdaging. Hoewel de landelijke tendens is dat deze omhoog moeten, en dat is bij ons niet anders, ervaren wij hierin een probleem. Het museum is gevestigd in een woonhuis aan Keizersgracht. Hoewel het een relatief groot huis is, voelt het museum snel vol. Omdat wij de benaderbaarheid van de collectie willen benadrukken, zijn er in het museum nauwelijks afzetkoorden, maar dit maakt het museum en de collectie kwetsbaar. Daarbij is het huis niet groter dan het is. Om deze redenen moeten wij anders kijken naar groei, en uitzoeken hoe wij daar mee om kunnen gaan.

Een ander vraagstuk waar ik mij over zal buigen is subsidie. Museum Van Loon ontvangt geen structurele subsidie en houdt de eigen broek op. Dat is fijn, maar is het mogelijk om het museum verder te ontwikkelen zonder subsidie? In elk geval wil ik kijken of onze maatschappelijke rol, waar we nu zelf met hulp van partners veel in investeren, verder opgepakt kan worden. We hebben een uitgebreid MBO-educatietraject met bijvoorbeeld het Hout- en Meubileringscollege van het ROC van Amsterdam; we verzorgen als een van de eerste musea van Nederland een succesvol programma voor blinden en slechtzienden; en we ontwikkelen momenteel samen met de Crafts Council Nederland zogenaamde ‘Maakdagen’ waarin vakmanschap centraal staat. Gezien de grote vraag naar projecten zoals deze, willen wij deze projecten graag verstevigen. Een extra financiële impuls zou daarbij zeer welkom zijn.

Hoe zou je Museum Van Loon plaatsen in het Nederlandse culturele landschap?

Wij zijn een ‘dag twee museum’; Nederlandse en buitenlandse toeristen bezoeken op hun eerste dag in Amsterdam de musea aan het Museumplein. De dag erna komen ze naar ons. Ik merk ook dat wij het ‘insiders tip’ museum zijn, dat Amsterdamse expats aanraden aan hun gasten. Daarnaast bezoeken mensen uit de kunsthistorische en –veilingwereld ons museum graag. Museum Van Loon is een woonhuis met collectie die laat zien hoe de elite woonde in de 18e en 19e eeuw. Het is tevens de grootste publieke familieportrettengalerij van het land. De kunst bevindt zich in een historisch authentieke context, dat is uniek aan het museum en daarom ook extra aantrekkelijk voor kunsthistorici. Het publiek van Museum Van Loon bestaat uit ongeveer één kwart bezoekers afkomstig uit het buitenland. Eén derde van de bezoekers komt uit Amsterdam en één derde uit de rest van Nederland. Dan blijft er nog een kleinere groep over die bestaat uit bijvoorbeeld kinderen en studenten.

Museum Van Loon onderscheidt zich door de authenticiteit. De bewoners van dit huis hebben er in de jaren ’70 van de vorige eeuw voor gekozen om het huis als museum open te stellen. Dit omdat zij zagen dat de huizen aan de grachten verkocht werden en veranderden in moderne kantoren. De Amsterdamse wooncultuur van weleer dreigde hiermee verloren te gaan. Museum Van Loon heeft zijn huis-functie nooit verloren, de huidige nazaat van de familie woont nog boven het museum. Wij willen bezoekers het gevoel meegeven dat ze bij iemand op bezoek zijn geweest.

In de onderwerpen voor tentoonstellingen maken we een goede mix tussen onderwerpen die voor de fijnproevers zijn en die een breder publiek aanspreken. Dit najaar komt de tentoonstelling ‘Dineren aan de gracht’; daarin wordt al het tafelzilver en porselein gepresenteerd. Dat spreekt veel mensen aan. Maar we zullen niet altijd op veilig gaan in de thema’s van de tentoonstellingen. Er moet wel altijd een inhoudelijke link zijn met de geschiedenis en het erfgoed van het huis, zo houd je het geloofwaardig.

Eerder dit jaar verscheen het rapport ‘In wankel evenwicht’ van de Raad van Cultuur waarin werd gesteld dat de kleinere musea het lastig hebben ten opzichte van de grote musea. Herken je dit?

De problematiek die in het rapport beschreven wordt is herkenbaar, het leidt ertoe dat we keuzes moeten maken. Een praktisch voorbeeld: we moeten de vloerkleden in de eetkamer van het museum vervangen. Dat zijn kleden waar dagelijks honderden mensen overheen lopen. Die kleden moeten van museumkwaliteit zijn, vormen onderdeel van een groter geheel en moeten passen bij de rest van de kamer en het huis. Kies je dan voor iets kwetsbaars waarvan je weet dat het regelmatig gerestaureerd moet worden, of settel je voor iets minder wat na verloop van tijd vervangen kan worden om kosten te besparen?

In het rapport worden ook uitdagingen genoemd met betrekking tot bijvoorbeeld diversiteit, toegankelijkheid en inclusiviteit. Wanneer we spreken over dergelijke maatschappelijke thema’s zie ik geen uitdagingen, ik zie kansen. Kansen om meer mensen te bereiken met je verhaal. Kansen om doelgroepen uit te breiden en maatschappelijk relevanter te worden.

Welke kans zie jij specifiek voor Museum Van Loon?

Het publiek van ons museum kan diverser in leeftijd en achtergrond. Wij moeten ervoor zorgen dat iedereen zich op een manier aangesproken voelt door ons verhaal. Hierin maken wij overigens al grote slagen, zoals bij de projecten die ik eerder benoemde. Nog een voorbeeld: dit jaar werden wij op Eerste Paasdag verrast met een beeld van Martin Luther King op ons bordes. Dit beeld bleek onderdeel van een pop-up tentoonstelling: 50 personen die zich inzetten om het gedachtengoed van Martin Luther King levend te houden en instellingen die een connectie hebben met ons koloniaal verleden, kregen een beeld in aanloop naar de 50ste sterfdag van King. Dit is een initiatief van de Amsterdamse kunstenares Airco Caravan. Naast Museum Van Loon ontvingen ook onder andere Sylvana Simons, het Vredespaleis in Den Haag en het Studio Museum Harlem, New York, een beeld.

Beeld Martin Luther King in Museum van Loon

De geschiedenis van de familie Van Loon is inderdaad nauw verbonden met die van de VOC en ook de WIC. Kolonialisme en slavernij zijn daarom thema’s die horen bij het verhaal dat in een museum als het onze verteld wordt. Dit deden we in 2013 bijvoorbeeld door middel van de tentoonstelling ‘Suspended Histories’. Daarbij is het uiteraard onderdeel van een continue dialoog van verschillende gesprekspartners.

Het beeld van King hebben wij naar binnen gehaald. Buiten op het bordes was de kans groot dat het gestolen zou worden en nog belangrijker, het stond daar niet in context. Binnen in de hal fungeerde het beeld als talking piece voor velen, en zelf hebben wij ook mooie gesprekken gehad met de initiatiefnemers. Geschiedenis is een levend ding, dus je moet erover praten: embrace history and tell the story.

 

Fotocredit header / Tuin en koetshuis Museum Van Loon: ©Peter Kooijman