door op 02-06-2010 18:04ARTIKELMarketingcommunicatie

MARCOM10: ‘Spot, non spot en stream spot: de combi’

Cultuur Marketing Professionals is op 2 juni aanwezig op MARCOM10, het marketingcommunicatie event. We doen verslag van een aantal lezingen. Paul van Niekerk (SPOT) en Andy Santegoeds (MetrixLab) vertellen over ‘Spot, non spot en stream spot: de combi’. Hoe kan je crossmedia het beste inzetten?

De sprekers maken onderscheid tussen een spot (een commercial op tv), een non-spot (bijvoorbeeld sponsoring in een tv-programma voor een bepaald merk) en stream spot (een commercial via een stream op internet bijvoorbeeld bij programma gemist). Ze hebben onderzoek gedaan naar het effect van deze verschillende vormen van spots.

Deze driepoot (spot, non spot en stream spot) moeten samenwerken, waardoor ze inhoudelijk en visueel op elkaar aansluiten. De consument gaat heen en weer tussen deze drie. De relatie met de consument wordt steeds “heter”.

Wat kun je leren uit de projecten die je al hebt gedaan? S-curve: als er meer contacten komen dan ‘gebeurt’ er iets. Er is ook een maximum aan effect, want er is beperkte campagne tijd, een maximum publieksbereik en het opnamevermogen publiek is begrensd. Dat laatste is zo omdat men leert en vervolgens veel vergeet (iets wat je leert kan meteen worden overschreden door een boodschap van de concurrent). Als er téveel herhaling is, dan zie je reclames wel maar dan onthoudt je het niet.

Hoe zet je het medium in? En hoe maak je gebruik van crossmedia. Je kan kiezen óf kiezen voor de strategie ‘meer media = meer bereik’ óf ‘meer media = boodschap op een andere manier overbrengen’.

Het bereik van een spot is 80 tot 90%, van een non-spot 50%. Het internetbereik is nog lager. Het effect van een spot is het grootst. Je kunt effecten stapelen: met elk medium dat je toevoegt, verhoog je het effect van de spot. Máár, je moet ook minderen. ‘Alles tegelijk willen is heel slecht’, zegt Paul van Niekerk. Je moet je doelstellingen opsplitsen en passend maken bij het kanaal.

Wat bereik je met de verschillende varianten van spots?
-Spot: bekendheid, imago, actie.
-Non spot: emotie, sympathie, soms herkenning. Bij non-spot hang je aan de sfeer van het programma.
-Stream spot: bekendheid en actie.

Conclusies:
-Voor iedere stap die je zet moet je plannen wat je met dat medium wilt bereiken.
-Creatie op internet aanpassen zodat het past bij het medium.
-Doelstellingen kunnen verschillen per platform.
-Er moeten altijd “linkjes” (herkenningspunten) zitten tussen de verschillende uitingen.
-Geef alle media aandacht.

Geschreven door Lisanne Lentink