Workshop 1: Print in de crossmediale mix (van print naar online) o.l.v. Jeffrey Lans i.s.m. Edwin Veekens

Een cross over (muziek, theater en film) festival dat jaarlijks circa 35.000 bezoekers trekt maakt ieder jaar een inhoudelijke brochure dat meegestuurd wordt met een regionale krant. Ook krijgen bezoekers bij binnenkomst op het terrein een programmaboekje.

Vanwege enerzijds de ecologische impact op het terrein zelf en de hoge kosten van de inhoudelijke brochure wil het festival print terugbrengen. Met de kostenbesparing die dit oplevert zijn er mogelijkheden om online verder uit te bouwen.

Hoe dit aan te pakken?

Workshop 2: Het meten en optimaliseren van de conversie en het rendement o.l.v. Stefan Smets

Een middelgroot theater heeft een klantenbestand van zo’n 25.000 bestellers. Grofweg bestaat dit klantenbestand uit 3.000 bestellers die vaker dan 5 keer per jaar komen, zo’n 5.000 bestellers die tussen de 3 en 5 keer komen en zo’n 17.000 bestellers die incidenteel het theater bezoeken. Tot dit bestand behoren ook 1.500 vrienden.

Het theater maakt jaarlijks een seizoensbrochure in een oplage van 20.000 stuks, die naar een groot gedeelte van het klantenbestand, 15.000 personen, wordt gestuurd (per post). Hierbij kijkt men wie er in de klantendatabase minimaal een bestelling heeft gedaan het afgelopen seizoen. Het theater vermoedt dat circa 20 a 30% van de verkopen gegenereerd wordt uit deze brochure. Dit baseert men op de gegevens uit de voorverkoop, die ten tijde van de brochureverzending begint en een maand duurt. De ontwerpkosten van de brochure bedragen € 4.500, de drukkosten zijn € 0,75 p/stuk en de portokosten zijn € 0,45 p/stuk.

Het theater wil graag specifieker weten hoeveel verkoop het magazine genereert, ook afgezet tegen de tijdsinspanning en verkoopcijfers. Ook doet het theater aan losse verspreiding van flyers en poster en abri campagnes in de stad. Hiervan is niet duidelijk hoe het rendement door te meten is. Het theater wil weten wat de conversie en het rendement is om de strategie voor het komende jaar te bepalen.

Workshop 3: Doelgroepsegmentatie en database marketing o.l.v. Pieter de Rooij

Een theater dat jaarlijks 80.000 tickets verkoopt, maakt 4 keer per jaar een inhoudelijk magazine. Het magazine bestaat uit 10 inhoudelijke artikelen in verschillende genres: cabaret, pop en toneel. Dit magazine wordt per post gestuurd naar mensen die zich ervoor hebben opgegeven en op de locatie zelf en in de stad verspreid.

Ook maakt het theater maandelijks een agendaladder met de voorstellingen van deze maand. Deze worden samen met posters verspreid in cafés. Het theater heeft in 2013 voor het eerst geen seizoensbrochure meer gemaakt. Daarnaast heeft het theater ticketinginformatie en 15.000 nieuwsbrief abonnees.

Het theater wil ervoor zorgen dat de printmiddelen (magazine, posters, folders) bij een gerichtere doelgroep terecht komt. Het doel is minder printitems, maar relevanter voor de bezoeker.

Hoe dit aan te pakken?

Workshop 4: Verspreiding en distributie o.l.v. Jasper van den Dobbelsteen

Een middelgroot poppodium met jaarlijks 40.000 bezoekers zet posters en abri’s in, maandladders (die verspreid worden in cafés) en flyers (in cafés en de locatie zelf). Het podium ziet het belang van de posters in de stad (uit onderzoek van Tivoli bleek namelijk dat bezoekers eerst het programma moeten zien, voor daadwerkelijk tot verkoop over te gaan).
De distributie van de maandposters in de eigen stad kosten het podium maandelijks 500 euro. Dit is voor het podium een fors deel van het maandelijkse marketingbudget. Daarentegen hebben de grotere dichtbij gelegen podia meer budget om in de stad van het poppodium te adverteren.
Hoe kan het poppodium ervoor zorgen dat zij binnen de eigen stad beter zichtbaar is en meer rendement behaalt? Denk hierbij niet alleen aan het bereik van een zo groot mogelijke doelgroep, maar ook aan manieren waarop de middelen relevanter zijn voor de doelgroep.

Workshop 5: Inhoud en redactie o.l.v. Marjolein Theunissen

Een dansgezelschap maakt per jaar 5 grote producties. Om deze te promoten, maken ze jaarlijks een brochure. De brochure bestaat uit omschrijvingen van de voorstellingen en de speeldata in de theaters. De brochure wordt gestuurd naar het gehele adressenbestand (1.500 adressen). Dit adressenbestand heeft het gezelschap zelf vergaard via de website en op basis van de ticketinginformatie die ze van de podia hebben gekregen. Het adressenbestand is actief bijgehouden en actueel. De reacties van de ontvangers zijn positief.

Daarnaast communiceert het gezelschap via de website (circa 5.000 unieke bezoekers per maand) en Facebook pagina (3.500 likes). De website bestaat op dit moment enkel uit voorstellingsinformatie en heeft geen ruimte voor verdieping.

Het gezelschap wil de inhoud van de brochure verdiepen door meer achtergrond en context bij de voorstellingen te geven. Hierbij is het van belang dat de (inhoudelijke) strategie ook online doorvertaald kan worden. Het idee is dat mensen in het magazine getriggered worden om online meer te ontdekken en dat de inhoud van het magazine eventueel online hergebruikt kan worden. Zowel de vernieuwde inhoud van het magazine als de nieuwe online strategie is niet uitgewerkt. Het doel is een crossmediale content marketing strategie.

Hoe kan het gezelschap dit aanpakken? Denk niet alleen aan de inhoud van het magazine, maar werk ook de online strategie uit. En wat is de verhouding of wijziging in kosten en tijd?