Ruben Pest doet het anders
door op 02-12-2015 10:10ARTIKELHuman

Ruben Pest doet het anders: “Een subsidieaanvraag is voor mij een soort groot, onbeweegbaar blok”

Ruben Pest doet het andersMet zijn afstudeerfilm ANNA werd hij genomineerd voor de Talent&Pro Award. Daarna maakte filmmaker en audiovisueel kunstenaar Ruben Pest bedrijfs- en opdrachtfilms. Dat is hele andere koek dan zijn kunstproject Penny, een video-installatie die hij liet financieren via Voordekunst. In hoeverre beïnvloeden die meer commerciële opdrachten zijn kijk op zijn eigen werk?

Ruben Pest studeerde in 2008 af aan AKV|St. Joost in Breda en vertelt sindsdien verhalen aan de hand van bewegend beeld. Hij maakt korte films, documentaires en video-installaties, maar werkt ook als regieassistent bij speelfilms en televisieseries en is verantwoordelijk voor operaregistraties van Holland Opera. We spraken met Pest over de rol van marketing in zijn eigen werk en het financiële dilemma waar veel kunstenaars mee kampen.

Cultureel ondernemerschap is een hot topic. Wat betekent het voor jou in de dagelijkse praktijk?

“Ik zit in de luxepositie dat ik werk heb bij Holland Opera en rond kan bellen als ik beschikbaar ben als regieassistent. Als kunstenaar kan ik dus niet helemaal rondkomen, maar dit andere werk vind ik wel erg leuk en leerzaam. Sowieso zijn er maar weinig kunstenaars die van hun eigen werk en producten kunnen leven. Daar heb ook wel mee zitten stoeien in het verleden, toen ik veel bedrijfsfilms maakte. Toen dacht ik op een gegeven moment wel: maar wat wil ík eigenlijk maken?

Eigenlijk ligt de focus in mijn werkzaamheden pas sinds een jaar of twee op mijn eigen werk. Met het stukje ondernemerschap dat daar bij hoort, heb ik geen probleem. Ik ben uit mezelf best wel ondernemend. Maar daarvoor moest ik soms wel concessies doen naar mijn eigen werk toe. Nu heb ik alles goed geregeld, maar toen moest ik wel moeite doen om het financieel rond te breien en kon ik me daardoor te weinig op mijn eigen werk richten. Je komt dan ook in een soort neerwaartse spiraal terecht: je hebt geen tijd om jezelf te ontwikkelen, waardoor je minder geld verdient en weer minder tijd hebt om met je eigen projecten bezig te zijn.”

Je werkt in opdracht en maakt autonoom werk. Benader je die uiteenlopende projecten ook op verschillende manieren als het gaat om hoe je ze in de markt zet of aan het publiek presenteert?

“De werkwijze bij opdrachtfilms is min of meer hetzelfde als bij eigen projecten. Uiteindelijk ben je toch bezig een verhaal te vertellen, maar in het geval van opdrachtfilms een verhaal van een ander. Dan heb je minder creatieve vrijheid en vaststaande budgetten en ben je in die zin veel beperkter.

Het grootste struikelblok bij het maken van opdrachtfilms was misschien wel dat bedrijven vaak niet begrijpen hoe je een film moet maken, maar ervan overtuigd zijn dat ze dat wel weten. Dan kreeg ik de vraag of ik voor 2000 euro een film wilde maken waarmee ik het bedrijf in de markt kon zetten. Dan moest ik gaan vertellen dat ze daar één dag voor konden draaien, maar dat begrepen ze niet en komen meteen de clichés bovendrijven: ‘Máár mijn neefje op de middelbare school heeft laatst ook zo’n filmpje gemaakt en dat kostte niks.’ Dat is denk ik het probleem van  veel bedrijfsfilms: iedereen kan in feite film maken, maar niet iedereen ziet de meerwaarde van goede beeldkwaliteit en goed camerawerk.”

In 2013 liet je je werk Penny financieren via Voordekunst. Wat was daarvoor de aanleiding?

“Ik besefte dat ik te veel in opdracht werkte, daardoor ik nauwelijks nog met eigen werk bezig was en zo in een neerwaartse spiraal terecht was gekomen. Steeds als je een idee hebt uitgewerkt, moet je een productioneel en financieel plaatje gaan maken. Een subsidieaanvraag is voor mij een soort groot, onbeweegbaar blok waarvan ik niet weet hoe ik het kan verplaatsen. Je moet van alles verantwoorden en ik vind het heel lastig om te verwoorden wat ik precies van plan ben, ook al heb ik dat zelf heel goed voor ogen. En ik wil de controle gewoon in eigen hand houden. Toen heb ik ervoor gekozen om dat project via Voordekunst te laten financieren. Als dat niet was gelukt, was Penny er ook gekomen: dan had ik mijn spaarrekening leeg getrokken. Al is er nu ook een deel van mijn spaargeld naartoe gegaan.”

Ruben Pest doet het anders

Penny, het levende schilderij

Welke voorbeelden van kunst- en cultuurproductie hebben jou de afgelopen jaren geïnspireerd wat betreft de inhoud én de marketing ervan?

“Ik was een tijdje terug bij een afstudeervoorstelling van studenten aan het Rotterdam Codarts, CLUB GEWALT. Die voorstelling paste qua thematiek heel goed in deze tijd, dat hielp denk ik ook al voor de marketing. Je moet de inhoud zo naar je hand weten te zetten dat deze geschikt is voor goede marketing. Toen ik achteraf hoorde dat ze de voorstelling zonder regisseur hadden gemaakt, inspireerde me dat als maker ook nog eens heel erg.”

Hoe kijk jij aan tegen cultuurmarketing anno 2015? Hoe vind je dat de cultuursector omgaat met kleinere budgetten en de druk om toch een relatief groot publiek aan te spreken?

“Het is denk ik niet te vergelijken met de rest van Nederland, maar in Amsterdam gaat dat volgens mij best goed. Het is ook een wereld op zich qua cultuur. Wel denk ik dat de marketing van autonome kunstenaars beter kan worden vormgegeven als hiervoor, net als in de filmindustrie, aparte producenten werkzaam zijn die alle praktische zaken voor hun rekening nemen. Die producent weet precies hoe alles werkt en kan de kunstenaar veel werk ontnemen. Vooral fotografen, beeldend kunstenaars en studiokunstenaars zouden daarvan kunnen profiteren. Als kunstenaar ben je soms zo lang bezig met subsidieaanvragen en dergelijken. Als iemand anders die verantwoordelijkheid zou kunnen ontnemen van de kunstenaar, zou uiteindelijk de kwaliteit van het werk omhoog gaan.”

Ruben Pest doet het anders

Wijkportret ‘Wijkwiel’

In hoeverre ben je zelf betrokken bij de marketing en communicatie van je eigen werk?

“Ik probeer altijd wel een soort gelaagdheid aan te brengen in mijn werken. Ik zie ze als matroesjka’s, van die Russische poppetjes. De buitenste laag staat dan voor entertainment, die laag is voor iedereen interessant. Daarin zit een ander poppetje dat de inhoud verbeeldt. Daarin bevindt zich dan nog een poppetje met metaforen en dieperliggende betekenissen, een poppetje met verwijzingen naar andere werken en zo kun je doorgaan zolang je wilt.

Door die entertainmentlaag word ik wel bewust van de marketing voor mijn werken en projecten. Daarnaast ik wil mensen ook aanzetten tot nadenken. Dat lukt misschien niet in de entertainmentlaag, maar ik hoop mensen daarin wel te stimuleren om verder te kijken. Het is een beetje als de opening van een James Bond-film: dat is altijd zo’n keiharde actiescène waarin het verhaal nog niet is geïntroduceerd. De inhoud komt later, maar door die spectaculaire openingsscène ben je als kijker meteen onder de indruk.”

Ben jij of ken jij een maker in de cultuursector met een bijzondere visie op marketing? We horen het graag! Tip ons via mail of Twitter.