door op 07-11-2009 18:02ARTIKELOndernemerschap

Scheringa museum is subsidieroof

Op het stadionplein in Amsterdam is enige jaren geleden een echte Franse bakker neergestreken. Het brood wordt in de bakkerij naast de winkel naar Frans recept, voor iedereen zichtbaar en door vlotte  jongens en meisjes gebakken. Een super concept. En dat vinden de klanten ook. De rijen staan elke dag tot op de hoek.

Nu zit er op het zelfde winkelstripje, maar net een paar deuren verder,  al jaren een Nederlandse bakker. Wat een pech voor die bakker zult u denken. Niets is minder waar. Want sinds de komst van de Franse bakker staan ook daar de rijen tot voor de deur. De Nederlandse  bakker heeft geprofiteerd van de loop (traffic in goed marketing Engels) die door de concurrent gecreëerd is. Hij heeft zijn assortiment aan dat van zijn Franse collega aangepast. Et voilà, ook hij doet goede zaken. In marketingland is het geen geheim dat voor zelfstandige winkeliers een locatie naast een zaak als bijvoorbeeld Albert Hein een toplocatie is. AH creëert  traffic en daar moet je het als kleine zelfstandige van hebben.

En nu het Scheringa museum in Opmeer. De roep tot het behoud van “de waardevolle collectie ” is groot en de provincie in Noord-Holland heeft besloten om € 8 miljoen te lenen, zodat het bouwbedrijf de bouw van het nieuwe optrekje kan afmaken.  “Voorwaarden zijn dat de collectie er ook in komt en dat de museumdirectie een solide plan maakt voor de exploitatie”, legt gedeputeerde cultuur Sacha Baggerman van de Provinciale Staten uit in NRC Handelsblad. De provincie steekt geen geld in de collectie, want “dat is een zaak van fondsen, sponsors en minister Plasterk.”

Nu ben ik geen kunsthistoricus en niet in staat om de collectie op waarde te beoordelen, maar vanuit marketing oogpunt is het duidelijk dat die acht miljoen weggegooid geld is.

Opmeer  telt 11.350 inwoners.  De dichtstbijzijnde steden zijn Hoorn met 69.000 inwoners op 13 km afstand, Alkmaar met 93.000 inwoners op 22 kilometer en Enkhuizen met 25.000 inwoners 25 km verder weg.  Het Scheringa  museum kost 32 miljoen, de waarde van de collectie wordt geschat op  46 miljoen. Voor de exploitatie is € 2 miljoen per maand nodig.

Laten we eens een vergelijking maken met een ander museum. Het Groninger museum ontvangt circa 256.000 bezoekers per jaar. Groningen heeft 185.000 inwoners. Het museum heeft een structureel exploitatietekort en ontvangt van de provincie hiervoor € 1,1 miljoen subsidie per jaar.
Wanneer het Scheringa museum op eigen kracht break even wil draaien dan heeft het bij een toegangsprijs van € 11 (dit is de prijs van het Rijksmuseum, deze is €4 hoger dan de prijs van het Scheringa museum nu) 181.818 per zoekers per maand nodig. Dat zijn 2.181.816 bezoekers per jaar. Het moge duidelijk zijn: hier moet straks veel subsidiegeld bij.

Ik ben het om die reden eens met de conclusie van Max Pam in de Volkskrant van 29 oktober: haal de 25 topstukken eruit, verdeel die over bestaande musea en verkoop de rest zo duur mogelijk. En aanvullend zou ik Dirk Scheringa verantwoordelijk willen stellen voor de kosten van de sloop van zijn kunstpaleis.

Foto: Pieter Musterd

Geschreven door meme-bartels