Slagerij van Kampen, een rockband op trommels: Mies Wilbrink doet het anders
door op 03-01-2017 09:00ARTIKELHuman

Ondernemerschap bij Slagerij van Kampen, een rockband op trommels

Slagerij van Kampen, een rockband op trommels: Mies Wilbrink doet het andersMies Wilbrink is lid van slagwerkgroep Slagerij van Kampen. Deze groep werd in 1982 opgericht door Wilbrink en haar man, drummer Willem van Kruijsdijk. Nu werken zij achter de schermen. Samen componeren zij ongeveer 90 procent van de muziek en werken zij het concept voor elke show uit. “We bepalen de rode draad, de sferen voor het licht; we bemoeien ons eigenlijk met alles.” Voor de rubriek Doet Het Anders vragen wij makers naar hun visie op cultureel ondernemerschap. In dit artikel vertelt Wilbrink hoe de band zich de afgelopen decennia in de markt heeft gezet en heeft ontwikkeld.

Willem van Kruijsdijk kwam met het idee om de wereld te laten zien dat slagwerk ook op zichzelf kan bestaan, zonder gitaren en zonder keyboards. Samen met Wilbrink en twee vrienden werd Slagerij van Kampen geboren. Dit idee bleek een schot in de roos: inmiddels bestaat Slagerij van Kampen al bijna vijfendertig jaar. Na ruim twintig jaar optreden moest Wilbrink vanwege haar gezondheid de drumsticks overdragen aan een volgende generatie. “Eigenlijk wilden we helemaal stoppen met de band met het idee dat Slagerij van Kampen zonder ons niet kon bestaan, maar er waren zoveel mensen betrokken bij de band dat we toch van gedachten zijn veranderd en overstag zijn gegaan.” Nu staan Wilbrink en Van Kruijsdijk niet meer op het podium, maar regelen zij alles achter de schermen. “Het was wel even wennen om die stap te nemen van het podium naar de zaal, maar het gaat hartstikke goed.”

Slagerij van Kampen speelde onder andere bij de opening van de Erasmusbrug en de Arena, ze speelde voor Willem Alexander en het hoogtepunt van hun carrière was een optreden voor Nelson Mandela tijdens het programma ‘Geef Zuid-Afrika een eerlijke kans’. Wilbrink onthult in dit artikel de geheimen achter het succes van Slagerij van Kampen in een reis door de tijd: van een maatschappelijk geëngageerde band in de jaren tachtig tot een muzikale nestor in tijden van economische crisis in de culturele sector.

Slagerij van Kampen bestaat al jaren. Wat is het Unique Selling Point van de band?

Ons muzikale gezicht is ontzettend belangrijk wanneer je Slagerij van Kampen vergelijkt met andere slagwerkgroepen. Denk bijvoorbeeld aan STOMP, Mayumana of Blue Man Group. Dit zijn leuke groepen, theatraal en humoristisch, maar zij hebben naar mijn mening een minder muzikaal concept. Slagwerkgroep Den Haag behoort bijvoorbeeld weer tot de klassieke afdeling van slagwerkgroepen. Ik denk dat het feit dat wij uniek zijn in onze muzikale visie een belangrijke reden is dat we succes hebben.

Ook verkopen we onszelf met onze shows vol met effecten. Tegenwoordig moet je als artiest een goede show neerzetten en dit geldt nog meer voor slagwerk. De gemiddelde luisteraar in het Westen, luistert namelijk niet écht. Die heeft geen getraind oor om naar slagwerk te luisteren, waardoor de muziek al snel allemaal op elkaar lijkt terwijl dat in feite niet waar is. Daarom is het belangrijk om de muziek als het ware naar binnen te schuiven met visuele elementen.

Hoe betrekt Slagerij van Kampen als slagwerkgroep haar maatschappelijke visie in het ondernemerschap?

Toen wij begonnen waren wij nogal geëngageerd. We wilden graag maatschappelijk verantwoord ondernemen. Zo wilden we bijvoorbeeld dat de kaartjes niet te duur waren, zodat onze optredens in het theater en in clubs voor iedereen toegankelijk waren. Ik merk wel dat dit idealisme afvlakt naarmate je ouder wordt, althans, als ik voor mijzelf spreek. Je kan beter veel optreden en daarmee je visie uitdragen, dan heel weinig optreden en minder mensen bereiken.

Het uitdragen van een visie is wel moeilijk, zeker met instrumentale muziek zoals slagwerk. Het is met tekst toch makkelijker om duidelijke statements te maken over je visie op de wereld, het milieu, racisme, seksisme, enzovoort. Toch is er een manier om je visie uit te dragen, bijvoorbeeld door de keuzes die je maakt. Zo kregen wij soms aanvragen van bedrijven met een visie waar wij eigenlijk niet achterstonden. Bedrijven die bijvoorbeeld meer discrimineren op basis van huidskleur. Bij dat soort aanvragen trapten wij op de rem.

Een ander voorbeeld van zo’n keuze is dat Slagerij van Kampen oorspronkelijk bestond uit twee mannen en twee vrouwen. De wereld bestaat immers uit mannen en vrouwen. Ik denk dat die gelijke verdeling een rol heeft gespeeld in ons succes in de begintijd en dat dit ook heeft bijgedragen aan de ontwikkeling dat drummen toegankelijker is geworden voor vrouwen. In de tijd dat wij begonnen waren het meestal mannen die achter een drumkit zaten. Er waren ook wel wat vrouwelijke slagwerkers, maar deze waren vaak niet zo bekend.

Slagerij van Kampen, een rockband op trommels: Mies Wilbrink doet het anders

Je hebt verteld over de kracht van het concept van de band. Welke marketingmiddelen dragen het meeste bij aan het succes van Slagerij van Kampen?

Mond-tot-mond reclame is heel belangrijk, al gaat dat natuurlijk langzamer dan campagnes op televisie en in kranten. Je hebt natuurlijk wel verschillende media nodig. Televisie is één van de krachtigste media om meer bekendheid te krijgen, maar het is ook een moeilijk medium. Het is namelijk ook erg selectief; er zijn maar weinig mensen die de kans krijgen om op televisie te komen. Bij De Wereld Draait Door krijgen muzikanten een minuut om hun muziek te laten horen. In het begin vond ik dat een heel goed initiatief, omdat je nieuwe dingen te horen kreeg. Nu bepaalt de muziek die gedraaid wordt op 3FM welke bands in de uitzending mogen en wordt het naar mijn idee toch een eenheidsworst.

Wij mochten een keer een reclame doen voor Nationale Nederlanden en dat gaf een enorme boost aan onze bekendheid. Toen wij begonnen gebruikten wij echter vooral interviews en andere artikelen in kranten en weekbladen om meer bekendheid te krijgen. De eerste tien jaar waren niet gemakkelijk, maar inmiddels hebben we na 35 jaar zeker meer voeten in de aarde.

Ik denk dat mond-tot-mond reclame daar heel belangrijk voor is. Veel mensen horen over ons via anderen. “Slagerij van Kampen, leuk, slagwerk in het theater!” En mensen reageren dan verrast. “Hè, twee uur lang slagwerk, is dat niet ontzettend saai?” Dan is het fijn dat mensen die ons gezien hebben doorvertellen aan anderen dat een show van Slagerij van Kampen een spektakel is.

Welke rol speelt moderne media, zoals social media hierbij?

Social media zijn van oorsprong gratis middelen om te communiceren met je publiek, dus daar moet je zeker gebruik van maken. Wij zetten onze social media in om aan te kondigen waar en wanneer we spelen en om de dialoog aan te gaan met het publiek. We belichten deze kanalen ook tijdens onze optredens: “we zien jullie graag terug op Facebook of via Twitter.” Ook hebben we twee compilaties op YouTube. Hier doen wij op dit moment minder mee. Ik vind het wel belangrijk dat mensen kunnen zien wat wij doen, maar als je teveel weggeeft, dan komen ze niet naar je optredens en kopen ze je DVD’s niet. Je moet een goede balans zien te vinden in hoeveel je laat zien.

Welke ontwikkelingen zien jullie in het theater door de crisis?

Er is veel veranderd door de crisis en in het theater merk je dat heel goed. Mensen kijken kritischer naar hun portemonnee. Cultuur komt dan vaak op de laatste plaats te staan. En dat juist wanneer een avondje uit zo belangrijk is om je problemen even te vergeten en je batterij op te laden. Dat zie je ook terug in het theater. Ik zie dat cabaretiers het erg goed blijven doen. Een avondje cabaret is een avondje lachen en je zorgen opzijzetten. Ik denk dat dat veel mensen aanspreekt. Bij dit soort muziekvoorstellingen word je ook vermaakt, maar het blijft wel serieus. Je moet er als toeschouwer wel een beetje voor werken.

Hoe kan volgens jou de culturele sector versterkt worden?

De subsidiekwestie is ambigu: enerzijds is subsidie nodig om meer mogelijkheden te bieden en nieuwe dingen te laten ontwikkelen, maar anderzijds kan teveel subsidie er ook voor zorgen dat er minder hard gewerkt wordt in de sector. Je moet jezelf wel serieus blijven nemen en altijd werken aan ontwikkeling.

Het versterken van de cultuursector betreft vooral de mentaliteit. Het lijkt alsof mensen steeds meer afstompen door de vercommercialisering en ze ook steeds gemakzuchtiger worden. Men blijft liever thuis op de bank hangen, dan dat men naar men het theater gaat. Eigenlijk zou er in de samenleving ook een mentaliteitsverandering plaats moeten vinden. Dat begint bij de opvoeding, je kinderen vaker meenemen op culturele uitjes, maar ook in het onderwijs zorgen dat kinderen meer met cultuur te maken krijgen.

Welk publiek er naar je voorstelling komt heeft ook wel te maken met waar je speelt. Toen wij in clubs speelden kwamen wij veel meer in contact met jongeren dan in het theater. Nu we meer in het theater spelen bestaat ons publiek dan ook vooral uit mensen tussen dertig en veertig jaar. We zien wel dat zij ook vaak hun ouders of hun kinderen meenemen. Tegenwoordig geven we ook veel workshops rondom onze optredens en daardoor zien we wel meer jongeren het theater in.

Fotocredit: Uitgelichte foto, Huib Kooyker