De transformatie van Incubate
door op 13-12-2016 10:55ARTIKELOndernemerschap

De transformatie van het Tilburgse festival Incubate

Een evenement wordt bedacht. Het concept wordt vormgegeven. Het wordt onder de aandacht gebracht en de plannen worden gerealiseerd. Daarna is het weer achter de rug. Liza Voetman is in gesprek gegaan met Jan Zobel, directeur van Incubate. Om dit festival vanuit een ander perspectief te belichten vraagt ze zich af hoe de organisatie op de laatste editie terugkijkt en de veranderingen die de afgelopen jaren zijn doorgevoerd.

Zobel: “Twaalfeneenhalf jaar Incubate – altijd gegroeid – en op een bepaald moment val je over je eigen groei. In twaalfeneenhalf jaar tijd is er in het festivallandschap ontzettend veel gebeurd. Of het nu om muziek, film of kunst gaat. Op een boerderij, een camping, vijver of een boot. Bijna iedereen kan tegenwoordig ergens een festival presenteren. Dus toen was er ineens de vraag: ‘Wat is Incubate eigenlijk? Waar staan we nu? En hoe kunnen we verder?’”

Incubate heeft de ambitie om voor 365 dagen per jaar een festival te zijn. 

Van één week naar 3 weekenden

In 2015 kreeg Incubate te maken met een tegenslag. Er was een financieel tekort en te weinig omzetgroei. Na deze tegenslag heeft er binnen de organisatie een evaluatie en een reflectie op het festivallandschap plaatsgevonden. Waar Incubate voorheen bestond uit een jaarlijks terugkerende festivalweek heeft de organisatie vanaf dit jaar dan ook besloten om de programmering te verdelen over drie weekenden – met het plan om dit tot vier weekenden uit te gaan breiden. Van 8 tot en met 11 september 2016 vond het tweede ‘Incubate weekend’ plaats. De filosofie achter deze transformatie is terug te voeren naar de kern van het festival zelf: “De nicheprogrammering, de verbintenis tussen lokaal en internationaal, het feit dat we meer dan een muziekfestival zijn – en dat altijd al zijn geweest -, het stimuleren van doorbraak, van jonge en onafhankelijke makers en het centraal stellen van onbekend talent: klopt dat eigenlijk nog wel met elf maanden naar één festivalweek toewerken? Waar zit dan nog je actualiteit?” De organisatie besloot het roer om te gooien met als doel directer op deze actualiteit in te spelen. “Daardoor zijn we kleiner geworden, maar het is nu meer behapbaar en je kunt beter accenten leggen. Dat is een grote transformatie. Het is voor ons interessanter en misschien ook voor het publiek en voor andere doelgroepen. Om hier een kruisverbinding tussen te creëren. Maar dat is natuurlijk wel heel spannend”, vertelt Zobel enthousiast.

De verbreding van het publiek

Een belangrijk focuspunt voor de organisatie is de beeldvorming rondom het festival zelf. Incubate is meer dan een festival, maar het heeft tot nog toe altijd als een festival op de kaart gestaan. De organisatie wil daarom zowel meer de breedte op gaan zoeken als de diepte in gaan duiken. Hierdoor trekt het festival als vanzelf een bredere doelgroep aan: “We hebben eerder de opmerking van bezoekers gehad dat veel mensen denken dat Incubate voor één specifieke doelgroep is.”

Omdat Incubate te werk gaat vanuit de inhoud blijft de gevarieerde programmering en de verbreding van het publiek goed te overzien: “In september hebben wij Yona Freidman gepresenteerd, een architect met uitgesproken ideeën over mobiele architectuur. Het werk (Iconostase 180) bestaat uit 280 stalen ringen, die samen een paviljoen vormen. In dit paviljoen organiseerde Incubate artistieke interventies. Het kunstwerk is warm omarmd door publiek en door de bewoners van de Sint Jozefstraat, waarin het werk zich op het voorplein van Duvelhok bevindt. En dan weet je: dit project, dat is voor die én die én die doelgroep. We zien dat er een kruisbestuiving van het publiek plaatsvindt.”

Een festival zonder dak & een database aan bronnen

Incubate kent als organisatie geen eigen festivallocatie. “Dat is een jasje dat ons niet past. We bespelen de stad en de stad bespeelt ons. Voor de stad en met de stad. Met Tilburg. Met Arthouse bioscoop Cinecitta, de NWE Vorst getransformeerd als gamehal, poppodium 013 en –midden in het kunstwerk van Yona Freidman -een silent disco in het Duvelhok. Volgende keer gaan we misschien werken in een weiland of een synagoge. Het zijn verrassende ontmoetingen die dan plaats gaan vinden”, aldus Zobel. Daarbij is het voor de organisatie noodzakelijk dat ze zichzelf steeds opnieuw blijven afvragen wat er speelt, of iets echt actueel is en of een act wel in de programmering past. Incubate zelf is geen maker, ze fungeren enkel als het platform dat het programma toont. De invulling van de acts is vervolgens geheel aan de artiest: “De toetsing, die begint daarvoor. Wij vinden jullie interessant, jullie vinden ons interessant: dus het kan. Zoals Yona Freidman zo mooi zegt: ‘For the people, with the people, by the people.’ Dát is de kern van Incubate, dus niet iemand zomaar een leuke opdracht geven om even uit te voeren.”

De transformatie van Incubate

IJslandse artiest dj. flugvél og geimskip tijdens haar concert in Paradox

Het toetsen van succes

In het verleden heeft Incubate veel enquêtes gelanceerd. Momenteel staat er een enquête van City Marketing op de Facebook pagina van Incubate online. “Dit is een interessante enquête omdat het weergeeft hoe belangrijk culturele activiteiten in de stad zijn. Het brengt in beeld welke bezoekers naar Tilburg komen en waarom ze komen”, aldus Zobel. Zelf heeft Incubate met het afnemen van enquêtes een dubbele ervaring. We kennen ons publiek redelijk goed. Tot hoever wil je je als organisatie, en dat geldt ook voor de bezoeker, verantwoorden door middel van een enquête?

Wel kunnen door deze enquêtes nuttige analyses worden gemaakt. “Waar komt ons publiek vandaan, wat is de verschuiving, het verschil tussen man en vrouw, het verschil in leeftijd? Dat soort dingen”, legt Zobel uit. “Het is belangrijk dat wij meer inzicht krijgen. Het gaat er daarbij niet om dat iedereen altijd iedere stap hoeft te weten, maar wel wat je zoekt en hoe je als organisatie functioneert. Als we weten waar behoefte naar is, kunnen we die behoefte teruggeven”, vertelt Zobel. De afgelopen tijd is er veel discussie geweest rond subsidies: “Ik denk dat het voor ons als culturele instelling belangrijk is dat het vooral transparant moet zijn wat we doen. We zijn geen subsidieslurper, we gebruiken gemeenschapsgeld om iets terug te geven aan de gemeenschap. Soms gratis en soms met een betaald programma.” Daarnaast is het voor Zobel aandachtspunt dat er verbindingen worden gelegd tussen de verschillende culturele instellingen die de stad kent, om krachten te bundelen en bruggen te slaan. “Dat is wat wij de kunst van ‘het programmeren van nu’ vinden!”

De toekomstplannen van Incubate

Incubate heeft de ambitie om voor 365 dagen per jaar een festival te zijn. De festivalweek – met hier en daar een tussenprogrammering – bestaat niet meer: “We leven continu en vormen samen met de stad de culturele identiteit. We verrijken het culturele leven en het culturele ecosysteem, waarvan wij vinden dat dat in Tilburg past”, stelt Zobel. Hierbij gaat het naast de gearriveerde kunst ook om het onbekende, het vernieuwende en de rafelranden.

Ik denk dat het voor ons als culturele instelling belangrijk is dat het vooral transparant moet zijn wat we doen.

Zobel: “Of het nu om een festival gaat of om een theater of een filmhuis: het blijven allemaal lastige opgaven. Wij denken dat onze projecten een belangrijke toevoeging zijn omdat niemand anders dat zo doet.” Incubate streeft er naar om activiteiten te tonen die een bijzondere bijdrage voor de stad leveren. “Voor de aankomende editie in december zijn we bezig met een kunstenaar die met Tilburgers samen touw gaat maken. Dat past goed in de identiteit van Tilburg en in de identiteit waar wij ons mee excelleren, als een vorm van community art en als participatieproject. De piano’s zijn een goed voorbeeld van zo’n community art project: grootschalig, maar in zijn vorm juist kleinschalig”, aldus Zobel. Deze piano’s – 103 in totaal – werden in 2011 onder de naam Play me I’m yours (een project van de Britse kunstenaar Luke Jerram) in en rondom Tilburg geplaatst. “Ik wil niet zeggen dat het een toevalstreffer was, maar nu zie je bijvoorbeeld op ieder station een piano. Dat geldt hetzelfde voor moestuinen. Je ziet op ieder plein een moestuin. Maar wij kunnen als organisatie niet ieder jaar opnieuw piano’s tonen. Dus wat is dan het volgende project? Dát is de vraag die wij stellen.”

 

Dit artikel verscheen eerder op mestmag.nl. De auteur van dit artikel is Liza Voetman, student Kunst- en Cultuurwetenschappen.

Fotocredit:  Cloakture photography / Jostijn Ligtvoet

MEST

Geschreven door MEST

Mestmag.nl is de community voor cultuur in Noord-Brabant. Wil je elke dinsdag het culturele nieuws uit Brabant en de rest van Nederland in je mailbox? Meld je dan hier aan.