Even voorstellen: Gijs Meijer van het Gemeentemuseum Den Haag
door op 12-04-2017 10:20ARTIKELHuman

Even voorstellen: Gijs Meijer van het Gemeentemuseum Den Haag

Hoe geeft het Gemeentemuseum Den Haag de marketingstrategie vorm? Waar ontmoeten marketing en inhoud elkaar? Gijs Meijer, hoofd Marketing & Communicatie bij het Gemeentemuseum Den Haag, geeft antwoord op deze vragen tijdens een interactieve presentatie en Q&A tijdens de Cultuurmarketing bijeenkomst op 11 mei. In dit artikel maken we alvast kort kennis met Meijer.

Even voorstellen: Gijs Meijer van het Gemeentemuseum Den HaagMeijer is inmiddels zeven jaar werkzaam bij het Gemeentemuseum Den Haag waar hij leiding geeft aan de afdelingen Voorlichting en PR, Marketing en de museumwinkel. Hiervoor werkte hij als adviseur industriebeleid bij FME (een ondernemersorganisatie voor de technologische industrie). Opmerkelijk vindt hij de overeenkomsten tussen deze branches: makers zijn trots op hun kennis en kunde. Meijer ziet het als zijn taak bij het Gemeentemuseum om de verhalen van deze makers zichtbaar te maken en naar buiten te brengen. Dit doet hij door de focus te leggen op storytelling en samenwerkingen.

Gijs, waar ben je op dit moment mee bezig?

We hebben net de start gehad van het themajaar ‘Van Mondriaan tot Dutch Design, 100 jaar De Stijl’, uitgeroepen ter ere van het 100-jarig bestaan van kunststroming De Stijl. We maken ons nu op voor de grote zomertentoonstelling die gaat over de ontdekking van Mondriaan. Dit is de meest volledige Mondriaan tentoonstelling ooit. Tegelijkertijd zijn we ook druk met de presentatie van de bijzondere kunstenares Lee Bontecou. Iedere kunstenaar heeft zijn of haar eigen unieke verhaal. Het is belangrijk dat dit gehoord wordt. Mijn rol is om de stem van deze kunstenaars over te brengen op het publiek.

Storytelling dus, hoe belangrijk is dat?

Het succes zit in de rijke verhalen die door samenwerking naar buiten worden gebracht.

Het is belangrijk dat we vanuit de inhoud werken. Dit hebben we dan ook continu gedaan met de marketing van het themajaar. We willen laten zien dat Mondriaan een veelzijdig, vernieuwend en reislustig kunstenaar was. We proberen die verhalen zo goed mogelijk te verwoorden en voor het voetlicht te brengen. Dat doen we samen met onze bezoekers en andere musea in het land, maar we werken ook intensief samen met de grote bedrijven in de stad en de lokale winkeliers. Het succes zit in de rijke verhalen die door samenwerking naar buiten worden gebracht.

Kan je iets vertellen over hoe die samenwerking met ondernemers eruit ziet?

De samenwerking met de lokale winkeliers in Den Haag draait om het ‘vermondrianiseren’ van de stad. We hebben MKB’ers een pakket aangeboden waarmee zij hun etalage vorm kunnen geven. De gemeente was hierin partner en heeft de pakketten gefinancierd. Dit bleek een succes: er zijn zeker 1.000 pakketten afgenomen, waardoor het project door de hele stad zichtbaar is. Dit sluit vervolgens ontzettend goed aan bij de grote gebouwen die we zelf hebben ‘vermondrianiseerd’. Door deze samenwerking met lokale partners is de impact heel groot geworden.

Even voorstellen: Gijs Meijer van het Gemeentemuseum Den Haag

Het Stadhuis van Den Haag is ‘vermondrianiseerd’.

Daarnaast worden er in heel Nederland tal van grote en kleine tentoonstellingen rond het themajaar georganiseerd. Onder andere het Mondriaanhuis Amersfoort en het Centraal Museum Utrecht en de provincie Brabant doen mee. Dit alles vanuit het Nationale themajaar Van Mondriaan tot Dutch Design, een initiatief van het NBTC. Het is goed om als collectief op te treden en samen te werken. Dit stimuleert naamsbekendheid in binnen- én buitenland.

Op welke successen van de afgelopen zeven jaar ben je trots?

Waar ik heel trots op ben is dat beeldende kunst, en het Gemeentemuseum in het bijzonder, in het centrum van de samenleving is komen te staan. Als ik nu Den Haag binnen rijd zie ik overal Mondriaan. Dat komt enerzijds door citymarketing, maar anderzijds ook door MKB’ers en grootbedrijven die zich willen identificeren met datgene waar Mondriaan voor staat. Dat is symbolisch voor mijn werk het afgelopen jaar: het verbinden van de inhoud met andere partijen.

Hetzelfde geldt voor de tentoonstelling van Karel Appel in 2016 waar het Gemeentemuseum Appel’s werk groots belichtte. Hierdoor ontstond er een herwaardering voor Appel en zijn werk. Ook de tentoonstelling van de Haagse school was een succes. Hierbij werkten we samen met Natuurmonumenten, zodat we met nieuwe ogen naar de Haagse School gingen kijken. Trots ben ik ook op kleine tentoonstellingen van relatief onbekende kunstenaars die door hun presentaties bij ons bekendheid hebben verworven.

Ook zijn we trots op de bezoekcijfers: dat is echt een teamprestatie. Volumes zijn wel degelijk belangrijk, dat geeft relevantie aan. Het is goed om mooie dingen te maken, maar als niemand het komt bekijken is dat zonde. Afgelopen jaar hadden we ca. 560.000 bezoekers waarmee wij een van de best bezochte kunstmusea van het land zijn.

Welke ambities heb je voor het Gemeentemuseum?

Om onze centrale positie nog sterker te maken. We zijn veel bezig met de maatschappelijke positionering van kunst en ons museum in het bijzonder. We proberen nadrukkelijk meer te bieden dan ‘alleen kunst’. Daarom hebben we naast de tentoonstellingen meer op het programma staan. Wij willen een verhaal vertellen, de bezoekers kunst laten ontdekken, mensen inspireren en een bijdrage leveren aan de kunsteducatie. Om deze visie na te streven zijn samenwerkingen essentieel. Bijvoorbeeld onze samenwerking met het ROC Mondriaan in Den Haag. Samen proberen we om kunst en cultuur een plek te geven binnen het curriculum van het ROC. Dat kunnen afstudeerprojecten in de mode zijn, maar ook kunst van het Gemeentemuseum als onderdeel van burgerschapslessen bij het ROC. Het bijzondere van al deze samenwerkingen is de meerwaarde die je voor alle betrokkenen creëert.

Wat vind je momenteel de meest interessante ontwikkeling binnen de sector?

Prachtig vind ik dat Nederland een enorme slag maakt om zich te positioneren als ‘kunstland’. Door samenwerking tussen de verschillende musea ontstaat er een bijzondere vorm van eensgezindheid: er wordt als één collectief opgetreden en het is één verhaal. In het buitenland is deze collectiviteit ongekend: zij vinden dit reuze interessant, onder andere de New York Times en Le Monde schreven erover.

Daarnaast zijn de bezoekersaantallen in kunstmusea hartstikke goed. Na een moeilijke periode van bezuinigingen worden er geweldige dingen neergezet. De onderwerpen van de tentoonstellingen zijn ontzettend divers. Men weet telkens weer een bijzonder onderwerp op een goede manier bij het publiek over te brengen. Storytelling werkt heel goed voor musea: het is mooi om te zien dat steeds meer musea hier actief mee bezig zijn.

 

Fotocredit: Gemeentemuseum Den Haag