Biesbosch MuseumEiland
door op 14-11-2016 12:00ARTIKELInnovatie

Natuur en kunst in één museum? Biesbosch MuseumEiland als succesvol voorbeeld

Acht maanden waren de deuren van het Biesbosch MuseumEiland gesloten. Met een nieuw museumgebouw, een vernieuwde vaste collectie én een ontwikkelde ruimte voor hedendaagse kunsttentoonstellingen, straalt het museum sinds de heropening deze zomer weer als nooit tevoren. Het recent ontworpen schiereiland achter het museum wordt daarbij, binnen de expositie ‘Oh, natuurmens’, voor het eerst als kunstcontext ingezet. Maar in eerste instantie denk je bij een museum dat zich richt op natuur en erfgoed toch helemaal niet aan kunst? Of juist wel? Liza Voetman ging voor Mestmag.nl in gesprek met Margriet Kemper (curator) en Erik Luermans (organisator) en schreef een blog over het samenbrengen van domeinen, de bijzondere samenwerking tussen verschillende partijen en de vraag: ‘Kunnen wij ons eigenlijk nog natuurmens voelen?’

Op naar de Biesbosch

Voor mijn bezoek aan het Biesbosch MuseumEiland reis ik met twee van de deelnemende kunstenaars mee: Roos van den Oetelaar en Renée Verberne. We maken een tussenstop op het eiland De Dood, waar de kunstenaars omgevingsgeluiden opnemen en zich eerder al ruim een week terugtrokken voor het maken van werk. Het Biesbosch Museum zelf, dat we even later bereiken, heeft een al net zo rustgevende werking. Een uur met de auto en je bent in een compleet ander landschap terechtgekomen. Het museum bestaat nu zo’n dertig jaar. Tijdens het gesprek vertelt expositieorganisator Erik dat het museum van oorsprong een volkenkundig museum is met een redelijk statische collectie: “Op het moment dat het plan gemaakt werd om water op te gaan vangen tussen de Maas en de Merwede – dat na de overstromingen van 1995 en 1996 door de Rijksoverheid is ontwikkeld – bleek het museum plots een kans te krijgen.”

Biesbosch MuseumEiland

Biesbosch MuseumEiland

Samenwerkende partijen

Er ontstond een eerste samenwerking tussen het museum en de provincie Brabant. “De bedoeling was om het museum groter en beter te maken en de unieke plek zelf volledig te gaan benutten. De provincie heeft toentertijd veel geld en middelen ter beschikking gesteld om het plan voor een nieuw museum te realiseren. Daar is een andere partner, Staatsbosbeheer, ook bij betrokken geweest”, legt Erik uit. Het museum kent nog meer partners, zoals het Waterschap, het nationale park Parklandschap Biesbosch, de provincie Zuid-Holland (waar de Biesbosch in overloopt) en bkkc (brabants kenniscentrum kunst en cultuur). “Bkkc kijkt naar hoe je de volkskunst, als ik het zo eerbiedig mag zeggen, kunt combineren met ideeën over landschap, natuur en beeldende kunst. Bkkc is de partner die ervoor zorgt dat er connecties met het professionele kunstveld gelegd worden.” Het museum streeft ernaar om ook op landelijk en internationaal niveau het professionele kunstveld meer te gaan betrekken. Om dit te bewerkstelligen is er een kunstadviescommissie in het leven geroepen, om het museum de kans te geven zichzelf op het gebied van de beeldende kunst te kunnen ontwikkelen. Naast deze samenwerkingen gaat het museum relaties aan met de kunstopleidingen van Fontys Hogeschool en het AKV St. Joost. Deze zijn bijvoorbeeld betrokken bij de eerstvolgende tentoonstelling die in december zal openen. Erik: “Dit is een erg mooie en bijzondere ontwikkeling, want deze studenten zijn natuurlijk de toekomstige kunstenaars!”

Biesbosch MuseumEiland sculptuur

Jasper van Aarle, sculptuur ‘Aanwording’

Het diverse publiek

Omdat het museum zich van oorsprong niet op de hedendaagse kunst richt, komen nog niet alle bezoekers hiervoor naar de Biesbosch toe: “Dit blijft een lastig, maar vooral een écht gegeven: daar moet je iets mee doen”, vertelt Margriet. Toen het museum werd gebouwd en de plannen werden ontwikkeld, telde het museum zo’n dertig tot vijfendertigduizend bezoekers per jaar: “Het publiek was toen nog wat eenvormig en we dachten: ‘Als het museum groter wordt, dan zou je een grotere differentiatie kunnen krijgen.’ Dat is eigenlijk een soort intrinsieke opdracht voor ons geweest om te kijken of je een tentoonstelling kunt maken die verschillende groepen van publiek trekt”, aldus Erik. Met de toegenomen populariteit telt het museum nu zo’n vijfenzeventig duizend betalende bezoekers per jaar.

We dachten: als het museum groter wordt, krijgt je een grotere bezoekersdifferentiatie

Toch is en blijft het een uitdaging om verschillende groepen bezoekers met kunst in te laten: “We hebben gemerkt dat niet al het publiek het werk begrijpt. Voor een deel kun je daar iets aan doen, bijvoorbeeld door teksten bij de werken te schrijven”, ligt Margriet toe. Naast deze teksten kan er volgens Erik nog beter gebruik worden gemaakt van PR en communicatie: “Maar je hebt altijd een kloof te overbruggen, dat is gewoon de opdracht die je hebt. Het is wel belangrijk om je af te blijven vragen: ‘Waar zijn we nu eigenlijk?’ We zijn hier bij Werkendam, de rand van Brabant. Ook qua regio is het van belang voor bewoners om impulsen te krijgen, zoals ‘Kijk eens om je heen.’”

‘Oh, natuurmens’

Maar waarom is het nu zo belangrijk dat kunst en natuur in deze omgeving een relatie met elkaar aangaan? Voor Erik is kunst in staat om een eigen kijk op de veranderingen in de maatschappij en de natuur te bieden: “Dit gebeurt nu anders dan de statische collectie eerder deed. De beeldende kunst is een verrijkende manier om te verbeelden.” Margriet – die al veel ervaring heeft met de combinatie van kunst en platteland – voegt hieraan toe dat het een mooi gegeven is om iets te doen met het museum, het eiland en het natuurgebied samen: “En eigenlijk kom je dan bijna als vanzelf bij de inhoud van de expositie terecht, waarin de vraag centraal staat hoe wij ons als mens tot de natuur verhouden. Dat is de kern. Juist omdat het zo’n afgesleten thema is moeten we de vraag iedere keer opnieuw stellen.”

“De titel ‘Oh, natuurmens’, heeft daarbij natuurlijk iets ironisch in zich, en tegelijkertijd iets vertederends. Veel van de werken die je hier ziet zijn of uit verbazing of uit bevraging tot stand gekomen. Ik denk ook dat natuur een soort onverwoestbare mythe in zich draagt”, zegt Margriet. “Maar om iets tegenover of naast het overweldigende landschap te plaatsen, dat zijn eigen waarde heeft en gezien kan worden, is niet gemakkelijk.”

Biesbosch MuseumEiland

Simon Kentgens, ‘Straal’

De positionering van het museum

De architectuur van het pand is voor Margriet al een uitspraak op zichzelf, wat aan de totaalervaring van de bezoeker bijdraagt: “Het is voor veel mensen een ontmoeting met een ander soort esthetiek. Wat wij natuurlijk met die kunst willen, is dat het niet alleen maar tot verbazing of verwondering aanzet, maar dat het ook vragen oproept. De meeste mensen komen nu eenmaal niet naar de natuur om zichzelf vragen te stellen, en dat hopen we nu wel. Of dat zal lukken? Het zal wellicht voor een gedeelte van het publiek zo zijn. Dat is een lastig gegeven, maar je moet als kunstenaar of als curator jezelf altijd de vraag stellen hoe ver je wilt gaan in toegankelijk zijn”, licht Margriet toe. Ook voor het museum zelf vraagt dit een interne verandering.

Je moet als kunstenaar of curator jezelf altijd de vraag stellen hoe ver je wilt gaan in toegankelijk zijn

Middels de expositie laten Margriet en Erik zien dat er heel veel mogelijk is, maar wil het museum zich daarbij ook direct op de kaart gaan zetten als kunstmuseum? Erik: “Dat is de discussie. Ik denk niet dat ze dat op voorhand zouden willen, maar ik denk wel dat ze moeten kijken waar de grenzen en mogelijkheden liggen. Het presenteren van de cultuurhistorie is één ding, maar het verteld laten worden door kunstenaars van nu is ook van belang. Anders houd je een wandeling door het museum over waar alles toch al staat. De dynamiek zal uit meerdere invalshoeken moeten komen. En dat zal niet in een half jaar gaan lukken.”

‘Oh, natuurmens’ heeft als tentoonstelling daarbij op een subtiele manier zowel de binnen- als buitenruimte van het Biesbosch MuseumEiland betrokken. Het museum zelf toont zich op een zelfde manier: van binnen naar buiten, door de glazen wanden van de ruimte. De expositie is nog tot en met 11 december 2016 te bezoeken.

 

Dit artikel verscheen eerder op mestmag.nl. De auteur van dit artikel is Liza Voetman, student Kunst- en Cultuurwetenschappen.

Fotocredit: G. Lanting / Erwin van Amstel

MEST

Geschreven door MEST

Mestmag.nl is de community voor cultuur in Noord-Brabant. Wil je elke dinsdag het culturele nieuws uit Brabant en de rest van Nederland in je mailbox? Meld je dan hier aan.